blog

hanne hagenaars
other.worldly
blog

inleiding op de tentoonstelling

hanne hagenaars

Other.Worldly

Het gevoel van de zee is meestal zacht, water, aan­wezig en afwezig tegelijk, wier dat langs je benen strijkt, miss­chien een vis die die net wat glad­der voelt, een kwal, zo zacht en week. Maar die zachte aai gaat alti­jd samen met meer of min­der angst: je weet niet wat er daar onder­wa­ter gebeurt, je hebt over de kracht­en van de zee geho­ord maar bent nog nooit mee naar bene­den genomen.
Iedere ten­toon­stelling brengt bij­vangst met zich mee, andere vis­soorten dan waar bewust op wordt gevist. De exposi­tie Other.Worldy bracht mij het boek Moby Dick, over een zeldzame witte potvis (of een witte albi­no walvis) dat ik nog nooit echt gelezen had.

Ismael (de verteller) komt op het idee om het waterige deel van de wereld te bek­ijken. Dat is zijn manier om het cha­gri­jn te ver­dri­jven en de bloed­som­loop te prikke­len. ​‘Alti­jd als ik wat grim­mig om de mond word. Alti­jd als het in mijn ziel een dulle drui­lerige novem­ber is, alti­jd als ik onwillekeurig bli­jf stil­staan voor begrafeniswinkels en me aansluit bij iedere rouw­stoet die ik tegenkom, (..) Acht ik het hoog tijd om zo gauw ik kan naar zee te gaan.
Hij mon­stert aan bij de Pequod, waar Achab kapitein is, zijn link­er­been is door de witte walvis afge­beten ​‚en nu draagt hij vol tegen­zin een kun­st­been van gepoli­jst bot van een potviskaak. Maar hij kan zijn ver­lies niet nemen, hij kan niet accepteren dat de walvis hem iets heeft afgenomen in de stri­jd die de mens voerde om hem te doden. Hij kan de macht van de natu­ur niet accepteren.
En hij zint op wraak.

Als de Pequod een ander schip tegenkomt stelt de kapitein alti­jd die ene vraag, Hast seen the white whale? De vol­gende een pas­sage bleef bij mij hak­en :
Kom aan boord! Kom aan boord! ​’Hebt ge de witte walvis gezien?’, knarste Achab als antwo­ord. ​‘Née, alleen over geho­ord, maar wij geloven hele­maal niet in hem’, zei de ander goedgeluimd.

Goedgeluimd, zeggen ze: we geloven niet in hem.
Ook op dit moment zijn er mensen die niet geloven in de witte walvis. Dat klinkt naar deze tijd ver­plaatst bijvoor­beeld als : wij geloven niet in de kli­maat veran­der­ing.
Lange tijd was de zienswi­jze dat de mens een nietig wezen is. En dat is niet vreemd want de aarde is al 4,6 mil­jard jaar oud, maar de mens dook pas 250.000 jaar gele­den op.
De mens is nu geen beschei­den wezen meer, hij heerst over de aarde alsof het zijn bez­it is. Hij heeft de aarde tot zijn slaaf gemaakt en al het lev­en wordt in gevaar gebracht. De aarde is een door en door menselijke pla­neet gewor­den.
Maar som­mige zak­en zijn onon­tkoom­baar. daar valt niet zoveel aan te geloven.
Bewi­jzen stape­len zich op. Weten­schap­pers roepen het van de dak­en.

In deze ten­toon­stelling zijn de kun­ste­naars aan het woord.
De ziener Elia in het boek Moby Dick zegt: wat er te gebeuren staat, gebeurt toch; en dan nog, miss­chien bli­jft het wel uit ook. Hoe dan ook, alles staat al vast hoe het komen gaat.’ Elias voor­spelt niet maar stelt de vraag naar de kern van ons bestaan, is er een god, een lot, dobbelt god of dobbelt god niet? Is het een pre­des­ti­natie, varen we net als het schip de Pequod onafwend­baar op ons lot af. De kapitein die blind is voor de gevol­gen van zijn beperk­te egob­lik herken­nen we om ons heen.
Kun­ste­naars zijn, wat mij betre­ft, de zieners, die in de diepte van de realiteit de onderliggende ver­ban­den zien. Die de grote beweg­ing van de tijd besef­fen, je onder­dom­pe­len in de eeuwigheid, de oceaan, de lucht, de aarde. Die lat­en zien dat je een ver­lies kunt accepteren. Voor mij is de kun­st het ter­rein van geloven, het zien van oplossin­gen die niet bewezen kun­nen wor­den, maar waar je in zou kun­nen geloven, je kunt een kunst­werk opvat­ten als een voors­tel, een over­weg­ing, een gedachte die visueel is gemaakt zodat je even mee kunt dri­jven met de inzicht­en van de maker.

Other.Worldly

Zo is er op deze exposi­tie een voors­tel om de godin Venus anders te zien, Venus als een ero­tisch oer­wezen, dat zich onder­wa­ter behaaglijk wen­telt, een met het water. De vrouw als krachtig oer­wezen in een teken­ing van Kinke Kooi. What if woman ruled the world. Zo is er de gedachte dat de kanaalt­jes die de Osedax wor­men in de bot­ten van de dode walvis graven de ver­halen van de ver­dronken tot slaaf gemaak­ten zouden kun­nen vertellen. De instal­latie Osedax, is hier een bruik­leen maar een die het muse­um dol­graag wil aanschaffen. 

Other.Worldly

Zo is er een man die naar de diepte van de aarde duikt en zijn buik open­haalt in een oproep tot ver­bon­den­heid. Dodi Espinosa zegt daarover:‘ Misschien probeer ik uni­ver­saliteit te vin­den door de bin­nenkant te lezen. Daarom opent de man zijn buik. Het visu­alis­eren van de kern lijkt miss­chien een heel indi­vidueel gezicht­spunt, maar voor mij is het echt het tegen­overgestelde. De man probeert te begri­jpen wat we alle­maal gemeen hebben. Daarom heb ik het de titel El Exta­sis gegeven. Voor mij gaat het echt om de verbind­ing met de ander tot stand te bren­gen. Ik probeer de bron van menselijke gevoe­lens te begrijpen,’ 

other.worldly

Er hangt een skelet van een walvis , negen meter naar bene­den. een sculp­tu­ur van Dorothy Cross. De aange­spoelde walvis deed er vier jaar over om karkas te wor­den. Haar werk gaat alti­jd over de veran­der­ing, de beweg­ing in de tijd. ​’Ik werk­te samen met weten­schap­pers, waaron­der mijn broer, die me heeft geholpen geen slui­tende uit­sprak­en te doen, maar proberen de waarde te lat­en zien van din­gen die al bestaan, en de aan­wezigheid en afwezigheid van wat we niet begri­jpen. Mate­ri­aliteit gebruiken om iets te mak­en dat niet op een protest­poster kan wor­den geplaatst. Kun­st kan een kracht hebben die een pam­flet niet heeft, miss­chien door langza­am in het bewustz­i­jn van de kijk­er te druppelen.’ 

Geen slui­tende uit­sprak­en, het aan­vaar­den van een ver­lies, het niet begri­jpen accepteren, onze nietigheid erken­nen. Daarover gaat deze ten­toon­stelling.
In Moby Dick staat een meester­lijke pas­sage over de ademhal­ing van een walvis, en de vraag naar wat die fontein die hij spuit pre­cies is, water of nev­el. Ademhalen is voor ieder schep­sel het lev­en zelf. Lucht is iets onzicht­baars, iets wat vol krachtige zuurstof kan zit­ten, of vol ver­pes­tende deelt­jes. Het is net als water onmis­bare onzicht­baarheid. Een walvis kan lang onder­wa­ter bli­jven omdat hij voor hij onder­duikt zijn bloed vult met een grote voor­raad zuurstof, een voor­raad extra lev­en­skracht.
Water roept op tot bespiegeling, Daarom is het ook zo’n dankbaar onder­w­erp voor kun­ste­naars. De kracht van kun­st kan niet met weten­schap bewezen wor­den, we kun­nen er in geloven wat eigen­lijk niet meer is dan er voor open­staan, we kun­nen het over­we­gen. We kun­nen net als een walvis ons bloed, onze geest voe­den met extra zuurstof zodat we weer beter tegen de buiten­wereld zijn bestand. Even onder­duiken in Oth­er World­ly.
Op pag. 396 lees ik: ​’Ik heb de zoge­naamde een­voudi­ge din­gen alti­jd de lastig­ste gevon­den.’ Ja in wezen is het simpel.We zijn een in materieel opzicht rijk land, maar in spir­itueel opzicht is er weinig weelde. We denken de lucht te kun­nen ruilen voor een mobiele tele­foon, een auto. Dat kan ook anders:In Bhutan geloven de bewon­ers dat de geesten op de bergen lev­en. Daarom is het ver­bo­den ter­rein voor mensen. Miss­chien heeft Bhutan als enige land nog bergen die puur zijn. Gewoon ervan af bli­jven, er lat­en zijn. Kun­nen we nog terug naar beschei­den­heid, naar het besef van nietigheid? 

Wij kun­nen niet zon­der de zee, maar miss­chien kan de zee wel zon­der ons. Miss­chien is hij dan wel beter af.

Other.Worldly

volgende blog

© Fries Museum - alle rechten voorbehouden disclaimer privacybeleid