mata hari

blog
door hanneke boonstra
mata hari

blog mata hari

door hanneke boonstra

hanneke boonstra

Voordat Mata Hari haar dagelijks bestaan begon te bepalen, was journalist Hanneke Boonstra werkzaam bij kranten, radio en tv, vooral in Groningen. Ze schreef voor persbureau Tammeling, was chef nieuwsdienst bij de Drents Groningse Pers, schreef columns voor regionale kranten - waaronder de Leeuwarder Courant - en werkte als verslaggever en presentator voor RTV Noord, waar ze daarna chef tv werd. Als hoofdredacteur van de Universiteitskrant gaf ze leiding aan de overgang van een papieren naar een digitale krant. Twee jaar geleden benaderde ze het Fries Museum voor het schrijven van (25) blogs over Mata Hari.

mijn mata hari

Twintig jaar lang dacht ik dat ik familie van Mata Hari was. Tot ik na grondig onderzoek ontdekte dat het helemaal niet waar was.

‘Er is WEL een band met de Boonstra familie’, briest tante A. vanuit Florida via de mail. ‘De moeder van mijn grootmoeder was een Van der Meulen, en verwant aan de moeder van Margreet Zelle. Mijn vader ging er op zondag altijd op bezoek, als klein jonkje met zijn ouders. Dat verhaal heb ik wel duizend keer van hem gehoord.’

Tante A. pikt het niet. Zij heeft haar hele leven in dit verhaal geloofd. En nu kom ik als nieuwbakken achternicht vertellen dat het niet waar is omdat ik zo nodig over Mata Hari moet schrijven? Dat haar vader gelogen zou hebben over tante Antje en oom Adam?

Dat laatste is ongetwijfeld niet het geval. In die tijd sprak je vrienden of kennissen van je ouders vaak aan met oom en tante, dat was bij ons niet anders. Onze hele straat zat vol met tantes en ooms, allemaal buren en vrienden van mijn ouders. Zo zou het ook geweest kunnen zijn met de vader van tante A.

foto nachtkastje

Neef Steven vertelde me ooit dat wij in de verte familie waren van Mata Hari. We gingen naar het Fries Museum, toen nog op de oude plek, waar een aparte zaal voor haar was ingericht. Ik schreef er een verhaal over voor mijn krant, zette haar ingelijste foto op mijn bureau en dat was het. Toen ik Steven vertelde dat er niets van klopte, kamden we samen de archieven in Friesland uit. En kwamen samen tot de conclusie dat Mata Hari van een heleboel mensen familie was, behalve van ons.

 
mijn mata hari video

Maar tante A. volhardt en daar speelt ook iets anders mee. Ze woont al heel lang in de VS, ver weg van haar familie in Friesland en Groningen. Herinneringen worden sterker, naarmate je langer en verder weg bent. Lees het boek Het Wrede Paradijs van Hielke Speerstra over de Friezen om utens er op na, het zindert van de heimwee en fantasieën.

Onlangs was tante met haar dochter bij Madame Tussauds geweest. Kijk nou eens, had ze gezegd, dezelfde donkere ogen, hetzelfde haar, die neus, die huid. Dat haar eigen man, afkomstig uit India, daar verantwoordelijk voor is, gaat er bij tante A. niet in. De Boonstra’s zijn familie van Mata Hari, punt uit. Bij nader inzien hoor ik daar niet bij. ‘Wat Hanneke betreft, die heeft geen band met Mata Hari’, schrijft ze gedecideerd.

Tante A. vond het altijd een feestje om het over Mata Hari te hebben. Samen met haar vader keek ze naar Mata Hari films, vooral die met Greta Garbo. Ze haalden herinneringen op aan haar school in Leeuwarden, waar Mata Hari ook op had gezeten.

Bij Steven thuis was dat wel even anders, afgezien van oom S. die uit een soort rebelsheid zijn dochter de naam Meret Hari had meegegeven. ‘Mijn oma wilde het niet over Mata Hari hebben. Als ik ernaar vroeg keek ze me niet meer aan en gaf geen antwoord. Ze was een hoer, een spion en dan ook nog eens doodgeschoten. Een schande voor de familie.’

Er kunnen banden geweest zijn tussen de Boonstra’s en de Zelles-van der Meulen, maar een familieband is het niet. Ik heb het in ieder geval niet kunnen ontdekken. Toch voel ik me wel met haar verbonden. Door mijn blogs, waarin de maatschappelijke context van Mata Hari een grote rol speelt, is die band alleen maar sterker geworden.

denk niet dat ik slecht ben

denk niet dat ik slecht ben

Op tafel ligt een stapel blauwe enveloppen. Ik maak er een open en trek er voorzichtig een velletje uit, Ik voel verder, er zit nog iets in, de envelop die bij de brief hoort.

Lourens Oldersma van Tresoar, de schatkamer van Frieslandmoedigt me aan, natuurlijk mag ik ze allemaal lezen, ‘toe maar, ga je gang’. Moet ik dan geen handschoenen aan om het papier niet vies te maken? Wel met foto’s, maar hierbij niet, zegt hij, met handschoenen is de kans op vlekken of beschadigingen juist groter.

Mijn handen glijden over de velletjes. Ze zijn 113 jaar oud, maar zien er nieuw uit. Het papier is dik en in vier stukken gevouwen, het knispert van de frisheid. Het lijkt wel of ze de brieven gisteren heeft geschreven.

Je voelt hoe Margaretha Zelle woord na woord, zin na zin opschrijft. Ik zie haar pen over het papier vliegen, zo dicht ben ik niet eerder bij haar geweest. Lourens kent de brieven al twee jaar, eerder dan wie ook. Zijn grootste opwinding is inmiddels wel gezakt, maar de trots is gebleven.

Hij pakt het kaartje met het stukje touw op, waarmee de 48 brieven waren samengebonden: ‘brieven Margaretha Zelle (Mata Hari), 1903 – 1904’ staat erop. Gekregen van familie van Rudolph (John) MacLeod, haar ex-man. Twee jaar lang werkte Lourens er in stilte aan om van die correspondentie een prachtig boek te maken.

 
denk niet dat ik slecht ben video

Toen ik me twee jaar geleden in Mata Hari ging verdiepen, vond ik haar na het lezen van een paar boeken eigenlijk een irritant mens. Aanstellerig, egocentrisch, verwend en een beetje onnozel. 
Tot ik haar brieven begon te lezen, uit alle periodes in haar leven. Dan verandert  aanstellerig ineens in theatraal, egocentrisch in ambitieus, verwend in vasthoudend en onnozel in intelligent.

Ze moet vele honderden brieven hebben geschreven, soms wel zes op een dag. Als ze nu geleefd zou hebben, zou #Mata Hari als een razende gemaild en getwitterd hebben. Die brieven zeggen alles over hoe ze was en in wat voor gemoedstoestand ze verkeerde.

1
2

Mijn liefste Johnnie..
..och lieveling wat heb ik toch een medelijden met jou….trek het je maar niet aan hoor toetie. Kus me maar eens lekker en phantaseer maar dat ik bij je ben, dat doe ik zoo vaak. Nu mijn Johnnie, adieu met een heerlijke zoen van je zoo liefhebbende vrouwtje.’

Dat was in1895, het jaar dat ze verliefd werd op de militair Rudolph MacLeod (met wie ze naar Indonesië verhuisde) en nog geen idee had hoe gewelddadig hij kon zijn. Acht jaar later lagen ze in een vechtscheiding en was haar grootste zorg hoe ze, weer terug in Nederland, voor haar dochtertje Non moest zorgen, toen duidelijk was dat MacLeod geen alimentatie wilde betalen. Zonder die inkomsten was het voor een vrouw alleen onmogelijk om te overleven.

‘Waarde neef,
Ik ben moe van dat vechten tegen het leven en ik wil een van tweeën, of Nonnie bij me en een fatsoendelijke moeder zijn of ik ga leven zooals me hier zoo schitterend wordt aangeboden.’ 
En weg was ze, naar Parijs, waar Margaretha Zelle zich ontpopte tot de beroemde danseres Mata Hari. Met veel mannen om zich heen, maar zonder Non. ‘Denk niet dat ik slecht ben’, schreef ze in dat sterke en mooie handschrift van haar.

1
2

Non woonde voortaan bij haar vader en kreeg uit heel Europa kaartjes van haar moeder. Met steeds minder tekst, vaak alleen ‘Mama’. Je voelt het verdriet knagen, maar Mata Hari kon en wilde haar leven in Parijs niet meer opgeven. Uiteindelijk schrijft ze in 1915: ‘Lieve Nonnie. Ik verlang erg je eens te zien. Ik heb er altijd zooveel moeite voor gedaan, maar het is nooit gelukt. Wil je mij het groote plezier doen me te ontmoeten. Dat is het eenige dat ik van je verlang.’
Het gebeurde niet, MacLeod hield het tegen.

Twee jaar later zit ze in een Parijse cel, verdacht van spionage en verlaten door iedereen, zelfs haar verloofde Vadim Massloff. Aan de rechter schrijft ze:
‘Monsieur le Juge,
Ik maak me erge zorgen en ik huil voortdurend. Ik lijd er zo onder, te denken dat hij misschien dood is en dat ik niet bij hem kon zijn. U kunt zich niet indenken hoe ik lijd. Alstublieft, laat me vrij, ik kan het niet langer uithouden.’

Het is dan april 1917.
Twee maanden later wordt ze ter dood veroordeeld, in de vroege ochtend van 15 oktober is het zover. In haar cel mag ze nog enkele brieven schrijven. Ze doet het snel, maar beheerst. Haar laatste brief is aan Non. Wat er in staat, weten we niet.

De brieven werden niet verstuurd en zijn tot op de dag van vandaag onvindbaar.

een mediaster, net als madonna

‘Baltische Zielen heb ik achter elkaar uitgelezen’, zegt de man tegenover me in de trein vanuit het niets. Hij kijkt naar m’n boek, ik hou het omhoog. Nee, van deze heeft hij nog nooit gehoord. Mata Hari, geschreven door Jan C. Brokken? En wat doet die C. daar?

Ik ben op weg om Jan Brokken te interviewen over Mata Hari, de waarheid achter een legende, waarmee hij in 1975 z’n debuut als schrijver maakte. Na Mata Hari ging de C van Cornelis eraf en bleef Jan Brokken over, inmiddels een van de meest gelezen schrijvers in Nederland. En een gastvrij man, in zijn huis in Amsterdam.

De schrijver zet thee. Al voor ik de eerste slok neem, gooi ik het om. Hij gaat zitten en leest voor uit zijn eigen boek, dat had ik hem van tevoren gevraagd. Hij wil dat graag meteen doen, voor dat we verder praten, want dan snap ik waarom hij bezig is geweest met Mata Hari, zegt hij. En dan zet hij die mooie stem op, kijkt in de camera (mijn iPhone) en leest.

jan brokken

Veel schrijvers en journalisten beginnen aan Mata Hari vanwege hun fascinatie voor de mythe of de drang om de waarheid te achterhalen. Hij niet. Zijn chef bij dagblad Trouw vroeg hem een verhaal voor de zaterdagbijlage te maken, omdat er een man voor de deur stond met een koffer vol Franse knipsels, boeken en kranten over Mata Hari. Of Jan daar iets in zag. Die ging aan het werk en na vier weken lag er een verhaal. Waarna uitgever Martin Ros van de Arbeiderspers aan de telefoon hing. Toen kwam de fascinatie alsnog en werd het een boek.

Met een handdoek dep ik intussen de stoel waarin de kop thee verdwenen is en vraag of hij met zijn boek een ander geluid wilde laten horen.

‘Oh ja. Je had het boek van Sam Waagenaar en de Friese journalist Keikes, maar voor de rest was het allemaal shit met enorme verhalen over haar spionagetijd. Kijk, ze was een fantastische fantast, die zo goed fantaseerde dat ze de Fransen, de Duitsers en ook de Engelsen liet geloven dat ze spion was. Ze wist zelf niet meer wat ze allemaal verteld had.’

en wat vind jij?

‘Ik heb er nooit aan getwijfeld dat ze gespioneerd heeft, het hoorde bij haar spel. Maar veel stelde dat gespioneer niet voor. Een vriend van mij, Wim Statius Muller, ook ooit spion, vertelde dat het gewoon informatievoorziening was wat die  zogenaamde spionnen in de Eerste Wereldoorlog deden. Toen had je nog geen internet, geen satellietverbindingen. Als je doorgaf dat een leger ging marcheren richting de grens, was je al bezig met spionage activiteiten. Mata Hari was er ook niet behendig genoeg in. Ze was veel te extravert, vond zichzelf mateloos interessant en daarom moest ze wel tegen de lamp lopen.’

‘In 1975, toen ik mijn boek schreef, was het feminisme op z’n hoogtepunt. Ze werd in die tijd gezien als slachtoffer van de mannen, een sexobject. Maar weet je, ze is nooit het slachtoffer geweest, zij heeft mannen tot slachtoffer gemaakt. Ze moest alle mannen verslinden en ze deed dat omdat ze er zin in had. Niemand ontsnapte aan haar charme.’

zou je nu een ander boek over haar hebben geschreven?

'Alles wat erin staat, daar ben ik het nog mee eens. Ik heb het dertig jaar niet gelezen tot vanmorgen, omdat jij zou komen. Ik denk dat ze nog meer artieste was dan ik heb doen voorkomen, dat zou ik ook meer benadrukken. Ik sprak later een man die uit Indië kwam. Zijn moeder speelde quatres mains met Mata Hari. In Indië! Kijk, dat vind ik nou waanzinnig interessant, ze was muzikaal en muzisch bevlogen. In Nederland denken we, God, Greetje Zelle, Maar ze was een mediaster, net als Madonna, die de tijdgeest ontzettend goed heeft aangevoeld.’

madonna
mata hari

begon je haar een beetje leuk te vinden, toen je dat boek schreef?

‘Nou, ik vond haar vooral intrigerend.’ Hij lacht. ‘Ik denk dat als ik haar ontmoet had, ze mij in drie minuten om haar vinger had gewonden, zoals ze iedereen inpakte.’

wat zou je nog meer toevoegen?

‘Wat zowel Waagenaar als ik – net zoals tal van anderen – over het hoofd hebben gezien, is dat het een militaire rechtbank is geweest, die haar veroordeeld heeft. Degene die tegen de doodstraf zou stemmen, zou gedegradeerd worden. Dat heb ik pas heel laat ontdekt, een paar jaar geleden.’

Er moet geschreven worden. Ik pak m’n spullen in, de schrijver laat me uit. Hij is inmiddels 26 - wie weet al 27 - boeken verder, sinds Mata Hari.

Jan Brokken is een van de zeer vele schrijvers en journalisten die een boek over Mata Hari hebben geschreven. Ik heb een lijst van al die boeken gemaakt, maar die is vermoedelijk niet compleet. Ken jij nog andere boeken? Mail die dan naar h.boonstra@friesmuseum.nl.

dansen voor de rijken der aarde

‘Mijn grootouders waren behoorlijk excentriek. Ze hadden een papegaai, die alcoholist was. Hij kreeg altijd een glas wijn, maar liet het glas vallen en dan moesten ze er snel bij zijn om het op te vangen.’

Montino Bourbon pijnigt zijn hersens af naar meer anekdotes over Carlo Bourbon del Monte, prins van San Faustino en prinses Jane, zijn opa en oma in Rome. Maar meer weet hij echt niet, want op z’n achtste emigreerde hij met zijn ouders naar Amerika. En dat Mata Hari, die hij kent als wereldberoemde spionne, voor zijn grootvader heeft gedanst komt voor hem als een volslagen verrassing.

De Bourbons zijn hele oude adel en behoren tot de meest vooraanstaande aristocratische families in Europa. Montino is de huidige prins van San Faustino, maar daar liggen ze in Californië niet wakker van. En hijzelf al helemaal niet. ‘Je mag me your excellency noemen,’ mailt hij me met gevoel voor understatement, ‘maar Montino is beter.’

Oké, hij is nog steeds prins, zijn vrouw prinses en zijn dochters prinsessen, maar daar heb je het ook mee gehad. Hij heeft alle documenten van zijn familie geschonken aan de UCLA universiteit in Los Angeles. En hij maakt met zijn zelf ontworpen instrument het soort Indiase muziek waar Mata Hari op danste. Dat kan geen toeval zijn.

Montino kwam ik via Facebook op het spoor. Ik had de stamboom van de San Faustino’s bestudeerd en wilde meer weten over Carlo, omdat die naar het schijnt nogal hoteldebotel van Mata Hari was, toen ze in 1912 voor hem danste. In haar plakboek zit een plaatje van het schilderij dat hij van haar liet maken in de weken dat ze in Rome was.

Nu was Mata Hari wel wat gewend van de adel, want ze danste vaak in Parijse en Berlijnse salons, waar prinsen, graven, hertogen en hun echtgenotes naar haar kwamen kijken. Niet gek voor een Fries kind uit een middenstandsgezin.

Ze dankte dat aan Madame Kiréevsky, een zangeres die in de Parijse society veel liefdadigheidsvoorstellingen organiseerde. Margaretha had toen nog een baantje als amazone in Circus Molier, maar een Franse diplomaat, die ze eerder in Den Haag had ontmoet, bezorgde haar een introductie als danseres bij Kiréevsky. Twee maanden later maakte zij haar droomdebuut in het museum van Emile Guimet en lag de Parijse adel aan haar voeten.

In haar plakboek zit ook een visitekaartje van prinses Léopold Croy, geboren gravin de Sternberg, ‘Waarde Lady Macleod, als het niet onbescheiden is, zou ik u willen vragen nog twee kaarten te zenden aan gravin Andrassy.’ Kijk, dat zijn nog eens connecties. Waar andere jonge vrouwen met een beetje geluk de maitresse van een of andere gewone burger werden, belandde zij in de salons – en de slaapkamers - van de zeer welgestelden.

Mata Hari voelde zich er vermoedelijk als een vis in het water. Sterker, ze was net zo’n snob als haar vader, die – eenmaal rijk geworden in de aandelenhandel – graag tegen de Leeuwarder upper ten aanleunde. Zij liet een monogram met een kroontje borduren op haar servetten en op haar visitekaartje stond ‘Vrouwe Margaretha Zelle MacLeod’. Het verhaal gaat dat ze een adellijke titel heeft aangevraagd, maar dat feest ging niet door.

Maar liefst drie keer danste Mata Hari thuis bij de superrijke industrieel baron Henri de Rothschild, een gepassioneerd theaterliefhebber en vermoedelijk net zo excentriek als Carlo in Rome, gezien het feit dat hij op krokodillenjacht in Soedan ging.

Hoe het nu verder zat met de verliefde prins Carlo –  getrouwd met Jane Campbell, een Amerikaanse die enorme feesten gaf en Rome flink op stelten kon zetten -  is de vraag. Overal lees je dat Mata Hari voor hem danste in het Palazzo Barberini waar de familie woonde, ze schrijft dat ook zelf op het plaatje in haar plakboek.

Maar kort geleden kwam ik een brief tegen in het dossier van Sam Waagenaar, de zelfbenoemde biograaf van Mata Hari, geschreven door prins Ranieri, zoon van Carlo en vader van Montino. Zijn vader woonde tijdelijk niet in het Palazzo, toen Mata Hari voor hem optrad. Hij had z’n eigen appartement, elders in Rome. ‘Dat schilderij hebben wij nooit gezien. Mijn moeder zou ook nooit hebben toegestaan dat het bij ons in het palazzo zou hangen’, schrijft hij Waagenaar op zijn briefpapier met een kroontje.

Waar trad Mata Hari dan wel op voor de prins? Wie het weet, mag het zeggen.

jacht op het schilderij

Het tafereel is nogal gruwelijk. Een halfnaakte vrouw heeft haar hand geklemd om een schaal met daarop het hoofd van een man, z’n mond opengesperd. Ze geniet en lacht, triomfantelijk. Naar dit schilderij ben ik al twee jaar op zoek. Het is Mata Hari, na haar optreden in Rome, in 1912.

Een plaatje ervan zit in haar plakboek, dat in de vitrine van het Fries Museum ligt. Ze heeft erbij geschreven ‘Schilderij, gemaakt in Rome voor de prins van SF, 1912. Salomé van Oscar Wilde en Strauss, door mij gedanst in Rome in het Palazzo Barberini’. Ze heeft het een beetje slordig dwars over een pagina uit 1905 geplakt. Schrijver Sam Waagenaar heeft het plaatje gebruikt als omslag voor zijn boek. Ook andere schrijvers namen het over, inclusief de tekst.

Een schilderij? Gemaakt in Rome? In opdracht van de verliefde prins van San Faustino? Dat ruikt naar avontuur. Ik begin in Groningen, gewoon naast de deur, bij Valerio Cugia, een Italiaanse kunstenaar. Hij weet niets, maar is behulpzaam en vindingrijk. Hij sluit niet uit dat het schilderij ergens op een zolder ligt of in een hooiberg, misschien verscheurd is of verbrand in de open haard. Hij vertelt over de vondst van een Bonnard, ergens in Italië. De eigenaar had het gekocht voor een paar honderd euro, terwijl het een paar miljoen waard was.

We kijken nog eens even naar het plaatje van Mata Hari. Nee, dit is geen groot kunstwerk, die miljoenen kunnen we vergeten. Valerio verwijst me naar Pino Blasone, schrijver en filosoof. In een van zijn essays over oriëntalisme noemt hij Mata Hari, als pionier van de sluierdans, een fatale vrouw en danseres.

Arnold Witte van het Koninklijk Nederlands Instituut in Rome (KNIR) verwijst me intussen naar de Pinacoteca Agnelli in Turijn. De schoonzoon van de prins was een Agnelli, beroemd Italiaans geslacht – o.a. van Fiat - . Het museum antwoordt per kerende mail, ze weten van niets, schilderijen zoals deze hebben ze niet in hun collectie.

Door naar het Palazzo Barberini in Rome, tegenwoordig museum. Er hangt veel kerkelijke kunst. In de zalen klinkt muziek, langzaam, sfeervol, mysterieus. Suppoosten kijken om zich heen, waar komt dat geluid vandaan? Ik blijk het zelf te zijn, heb kennelijk iets met m’n iPhone gedaan, per ongeluk. Ik verontschuldig me, vertel de suppoost dat ik op zoek ben naar een schilderij van Salomé. Dat hebben we, straalt ze. Het is een schilderij van de beroemde Italiaanse schilder Caravaggio, De Onthoofding, uit 1608. Toen was Margaretha Zelle bij lange na nog niet geboren.

Op het internet vind ik een zwart wit uitvoering van het schilderij, eigendom van Bridgeman Images in Londen. ‘Dear Hanneke’, schrijft David Price-Hughes, international Sales Manager, ‘die foto van ons is vermoedelijk gemaakt van het schilderij. Verder weten we helaas niets, geen jaartal, geen naam. En ja, zoals je zegt, het plaatje in haar plakboek kan natuurlijk ook een ingekleurde zwart wit foto zijn. Het is een schande dat wij geen kleurenversie hebben, want de kleur maakt het tafereel heel dramatisch. Sorry, we kunnen je niet verder helpen.’

Op de website van het Victoria & Albert Museum vind ik een tekening - half af - een exacte copie van het schilderij, gemaakt door kunstenaar Michael English.

‘Natuurlijk kunt u langskomen’, mailt Jane Pritchard van het Department of Theatre and Performance van het Victoria & Albert MuseumZe zit achter haar bureau in de leeszaal en speldt me een naamkaartje op. ‘Welcome mrs. Boonstra’, fluistert ze. Ze heeft de tekening al klaargelegd en haalt het vloeipapier eraf.

Daar ligt ze, Mata Hari. In grafiet, zwart wit. Ik voel me een beetje ontroerd. Waarom heeft Michael English deze tekening gemaakt? Wat was zijn voorbeeld? Het boek van Sam Waagenaar? Het schilderij? Ik vraag Jane of er ooit eerder iemand is langs geweest om deze tekening te zien. ‘Not to my knowlegde.’ Een gulle lach. ‘You are the first, I think.’ Ze doet het vloeipapier weer om de tekening.

Een paar kilometer verder in London heb ik een afspraak met Nigel Waymouth. Samen met Michael English – inmiddels overleden – vormde hij in de jaren zeventig het duo Hapshash, het middelpunt van de Britse popscene. Ze maakten zeefdrukken van vrouwen in fluoriserende kleuren. Een beetje erotisch, psychedelisch: ‘vamps lying on the sofa.’ Gefascineerd waren ze door sterke, fatale vrouwen. Die tekening van Mata Hari? Geen idee waarom Michael die maakte. Hij deed het vermoedelijk om te oefenen. Hij had veel boeken in zijn flat, misschien kwam daar die foto vandaan.

Pino Blasone meldt zich vanuit Rome. Hij denkt niet dat het hier om een schilderij gaat, maar om een beschilderde foto, uit de collectie van een studio in Florence. Daar verwijzen ze naar een ander archief. ‘Jazeker, wij hebben die foto,’ zegt een medewerker, ‘maar het is niet het origineel. Het zou een schilderij kunnen zijn, als je er goed naar kijkt, maar de details zijn zo vaag dat we dat niet met zekerheid kunnen zeggen.’

Ik ben weer terug bij af. ‘Ach Hanneke’, troost Pino, ‘soms is de emotie van zo’n avontuur belangrijker dan het resultaat.’

ze hield ons allemaal voor de gek

Als er één man is geweest die zich heeft ingegraven in het leven van Mata Hari, dan is het Sam Waagenaar. Een bijzondere man. Schoenenverkoper, acteur, publiciteitsman, schrijver, journalist, operazanger, fotograaf, organisator, avonturier, vrouwenliefhebber, levensgenieter. Een handige jongen, ijdel, uitbundig, optimistisch, aanstekelijk, altijd in het middelpunt van de belangstelling. Een joodse Amsterdammer, die vrijwel z’n hele leven in het buitenland woonde: New York, Parijs, Rome, Berlijn.

Filmer Pim Zwier raakte gefascineerd door Waagenaar en maakte een film over hem, Never a dull moment. In het radioprogramma Nooit meer slapen vertelt Waagenaar zijn levensverhaal. Hoe hij als acteur in de Tweede Wereldoorlog in Amerikaanse films rollen kreeg als SS-er, terwijl zijn ouders in concentratiekamp Auschwitz zaten - dat ze niet overleefden.

never a dull moment

Hij laat ook zien hoe de fotograaf Waagenaar met de Amerikaanse troepen meereisde naar Normandië, daar D-Day meemaakte en foto’s maakte van de bevrijding van Parijs. Vijftien jaar later maakte hij het fotoboek Vrouwen van Rome, later gevolgd door Vrouwen van Israël en andere fotoboeken.

Waagenaar kwam Mata Hari op het spoor toen hij als publiciteitsman werkte bij filmmaatschappij MGM. Daar werd in 1931 een draak van een speelfilm over Mata Hari gemaakt, met Greta Garbo – toen de bekendste filmster ter wereld – in de hoofdrol.

Hij ging op bezoek bij Anna Lintjes, de oude dienstbode van Mata Hari. Met gevoel voor drama schrijft hij in zijn boek: ‘We keken elkaar aan. Haar gezicht stond ernstig en haar oude handen lagen gevouwen op haar schone schort. “Dit heb ik nog wel”, zei ze. Ik nam de boeken van haar aan. “Zijn dit…?”, vroeg ik, maar ik maakte de zin niet af. “Neem ze mee”, zei ze. “Op de een of andere manier voel ik dat ik u kan vertrouwen.”' En zo kwam hij in bezit van twee dikke plakboeken. Hij was meteen verkocht en ging op zoek naar haar verleden, waarvoor hij in de archieven dook en allerlei mensen interviewde die haar nog hadden gekend, onder wie haar broers.

Toen ik voor het eerst te horen kreeg dat ik familie van Mata Hari zou zijn, kocht ik meteen zijn boek, dat in 26 vertalingen de hele wereld overging. Eigenlijk schreef hij twee boeken. Het eerste, Moord op Mata Hari, waarin hij haar onschuld vaststelde en de tweede versie, Mata Hari niet zo onschuldig, waarin hij z’n mening op basis van nieuwe gegevens enigszins bijstelde.

Later gaf hij z’n hele Mata Hari archief aan het Fries Museum, inclusief de plakboeken. Toen ik samen met Yves Rocourt, gastconservator van de komende tentoonstelling in het Fries Museum, het archief uit de kast haalde, bezweken we bijna onder alle papieren: 57 mappen, opgeborgen in kartonnen dozen.

Brieven en kaarten uit de hele wereld zitten erin. Manuscripten voor een toneelstuk dat er nooit kwam. Vragen voor interviews, recensies van zijn boek: ‘Sam Waagenaar heeft meer gedaan dan wie dan ook om de waarheid over haar te vertellen’ (Times Literary Supplement).

Naarmate ‘Mr. Mata Hari’ ouder werd, werd hij ook wat ongemakkelijker. Hij sleepte schrijver Jan Brokken voor de rechter wegens plagiaat, maar verloor grandioos. Dat grapje kostte hem veel geld. Het was niet het enige proces. ‘Die Waagenaar dacht echt dat Mata Hari zijn eigendom was”, vertelt Brokken. Toen schrijver Julie Wheelwright hem wilde interviewen voor haar boek over Mata Hari, bromde hij dat dat nergens voor nodig was omdat hij hèt boek al geschreven had.

En met Gerk Koopmans, toen conservator van het Fries Museum, kreeg hij het aan de stok over zijn schenking. Het ging over geld en dat had hij in z’n nadagen hard nodig om een beetje te kunnen leven in het Rosa Spier Huis in Laren, een tehuis voor oudere kunstenaars.

Mopperig was hij toen, maar ja, neem dat een met zijn gezondheid tobbende man van 85 maar eens kwalijk. ‘Het waren zware onderhandelingen en hij voelde zich tekort gedaan, daar was hij zeer verbolgen over’, herinnert Gerk Koopmans zich. ‘Maar we hebben gelukkig ook gelachen.’

Sam Waagenaar stierf op z’n 89e, in 1997. Hij was een jochie van 9 toen Mata Hari werd gefusilleerd. Vanaf z’n 23e, toen hij de plakboeken te pakken kreeg, was hij door haar gefascineerd. Zijn verklaring: ‘Ze is de enige vrouw in mijn leven die gespioneerd heeft. Ze hield ons allemaal voor de gek. Er is geen tweede persoon in de wereld, wiens naam zo geassocieerd wordt met spionage als die van haar.’

groots en meeslepend

Bij de post zit een heel licht pakje. De DVD van Mata Hari. Ik kijk Greta Garbo eens diep in de ogen. Deze film heeft het beeld bepaald dat miljoenen mensen hebben van de vrouw, die niet mijn oudtante bleek te zijn. Onze tante A, die nog steeds denkt dat ze wel familie is, genoot er als meisje in de bioscoop met volle teugen van.

Ik zie hoe Greta Garbo als Mata Hari worstelt met een dronken Russische generaal en wanhopig probeert de telefoon uit z’n handen te trekken. Ze pakt een revolver, haalt de trekker over en schiet. Hij zakt in elkaar. Dood.

Toen Johannes Zelle en zijn tweelingbroers Cornelis en Ari deze film scene zagen, ontploften ze bijna. Dat hun zus als spionne werd neergezet was tot daar aan toe, maar Margreet een moordenaar? Ze aarzelden geen moment, sleepten filmmaatschappij MGM en bioscoop Tuschinski voor de rechter en eisten dat de film uit de roulatie werd genomen. Het is 1932, vijftien jaar na haar executie.

 

film 1

De broers krijgen geen gelijk. En dus gaat hun zus de geschiedenis in als een gewetenloze killer. Dankzij superster Greta Garbo, want voor haar komen ze in drommen naar de bioscoop. Ze danst en kronkelt, lacht geheimzinnig, slurpt champagne en kaviaar, rookt als een bezetene, moet de mannen van zich af slaan en raakt verliefd op een veel jongere vliegenier die blind wordt. En nog is het niet genoeg. Er moet een moord bij.

De fatale vrouw en spionne oefent een grote aantrekkingskracht uit op de filmindustrie. In hetzelfde jaar komt Dishonored uit, met Marlene Dietrich. Op zich al bijzonder, dat de twee grootste sterren van het witte doek op hetzelfde moment Mata Hari spelen. Dietrich rammelt op de piano in haar cel, vlak voordat ze door een officier wordt opgehaald voor de executie. Ze gebruikt zijn degen als spiegel, zet haar hoedje op, geeft haar kat aan de begeleidende priester, stift haar lippen nog eens als ze voor het vuurpeloton staat, stopt de stift in haar nylonkous, krijgt de kogel en valt achterover. Dood.

film 2

Scenarioschrijvers gingen steevast aan de haal met de geschiedenis van Mata Hari, alsof haar kleurrijke avontuurlijke leven niet voldoende was. Over het verhaal van Dishonored schrijft een recensent veel later: ‘Idioot, totaal achterhaald en zeer ongeloofwaardig’. Greta Garbo krijgt in 1932 een dikke pluim van de New York Times: ‘She gives a briljant portrayal’.

Ik zoek naar informatie over de eerste Mata Hari film die in 1920, dus al vlak na de Eerste Wereldoorlog gemaakt zou zijn. Met Asta Nielsen, toen de grote ster van de stomme film. Veel vind ik er niet over, anderen die er meer onderzoek naar hebben gedaan, hebben twijfels of de film ooit bestaan heeft.

film 3

Actrices streden om de rol van Mata Hari. De Française Jeanne Moreau kreeg lof voor haar rol als Agent H 21, de film zelf (1961) werd neergesabeld. Maruschka Detmers had nog een extra reden om in 2003 in de huid van Mata Hari te kruipen: als meisje uit de provincie – ze kwam uit Coevorden – trok ze net als Margaretha Zelle naar Parijs en werd actrice.

 

De belabberdste versie is die met Sylvia Kristel uit 1985. In het eerste shot zie je haar dansen met ontbloot bovenlijf. De kleren blijven uit, behalve als ze over het slagveld van de Eerste Wereldoorlog rent en met een pistool zwaait. Samenvatting van een recensent: ‘Een film die net zo logisch is als een pinguin op een eenwielertje.’

Nog steeds wordt het verhaal van Mata Hari verfilmd. Op youtube zie ik ineens Rutger Hauer en Gerard Depardieu. Ze spelen in een twaalfdelige tv serie, een grote Engels/Russische coproductie, die vorig jaar uitkwam.

 
film 4

Welke versie zou Mata Hari zelf de beste hebben gevonden? Niet de populaire Nederlandse serie met Josine van Dalsum uit de jaren tachtig. Te waarheidsgetrouw voor iemand die het heerlijk vond om te overdrijven. Ook niet Dietrich of Kristel. De een te lachwekkend, de ander te ordinair. Ik ken Mata Hari een heel klein beetje, nu ik al een tijdje met haar bezig ben. Ik denk dat ze zou kiezen voor Garbo. Speels, stoer, dramatisch, groots en meeslepend. Zoals ze zichzelf het liefste zag. Afgezien van die revolver.

nog meer films

De stroom Mata Hari films houdt niet op, zeker niet in dit herdenkingsjaar. Een greepje: de Duitse zender ZDF is bezig met een documentaire van bijna een uur. Bij de ARD, een andere grote zender, zijn de laatste opnamen gemaakt voor een gedramatiseerde docu over Mata Hari en haar relatie tot dr. Elisabeth Schragmüller, die een Duitse spionnenopleiding in Antwerpen leidde. En dan is er nog de Nederlands/Amerikaanse productie Mata Hari the Naked Spy van Machiel Amorison (wiens betovergrootmoeder bij Margaretha Zelle in de klas zat), waarin het verhaal van Mata Hari gevolgd wordt vanuit psychologisch perspectief.

ze fantaseerde er lustig op los

Liegen? We doen het allemaal wel eens. Maar zij was er echt een kei in. Of was het toch pure fantasie, waarmee Mata Hari iedereen de meest wilde verhalen op de mouw speldde. Waar houdt de fantasie op en begint de leugen?

Stel je voor dat Madonna bij de uitreiking van de TMF Awards vertelt dat haar vader een Italiaanse graaf was. Een paar muisklikken verder en en je weet dat vader Siccone een emigrantenzoon uit Doylestown in Pennsylvania was, zonder ook maar een druppel adellijk bloed. Dan weet je meteen dat Madonna geweldig heeft staan jokken.

‘Ze hield ons allemaal voor de gek’, zei Sam Waagenaar in zijn boek over Mata Hari. En dat kon ook, in een tijd waarin veel dingen niet te controleren waren en in een wereld zonder internet, facebook, twitter en instagram. Ze strooide luchtig met uitspraken als:

‘Ik ben in India geboren. Mijn vader heette Suprachetty. Hij behoorde tot de kaste der Brahmanen.’
‘Mijn vader was een Javaanse prins. Hij nam me vaak mee naar de tempels waar priesteressen de god Shiva eren met hun dansen.’
‘Mijn vader was een Nederlandse officier, mijn grootmoeder was de dochter van een Javaanse prins.’
‘Ik ben getrouwd met een rijke Engelsman en heb een kasteel met acht paarden.’
‘Mijn wieg stond in de Cammingha State in Leeuwarden, mijn moeder was een barones.’
‘Mijn moeder was een beroemde bajadere (Indische danseres), ze stierf op mijn geboortedag, toen ik vier werd. Nadat de priesters haar tot as hadden verbrand, gaven ze mij de naam Mata Hari.’
‘Van het boek van mijn vader zijn 60.000 exemplaren verschenen in India, waar ik erg bekend ben.’

Uit de hele wereld, van Italië tot Argentinië, kwamen journalisten op haar af en ze stuurde ze allemaal met een ander verhaal het bos in. Waarom ze dat deed? Omdat de werkelijkheid niet fantastisch genoeg was en ze zich realiseerde dat ze weliswaar goed was in het wegwerpen van sluiers, maar van dansen eigenlijk niet zoveel kaas had gegeten? Dat zou heel goed kunnen. Bovendien ontkende ze haar afkomst en fantaseerde er een andere – mysterieus, Oriëntaals - omheen. En ze had er plezier in.

Wij maken ons zorgen om het gebruik van alternative facts, maar liegen is van alle tijden, de geschiedenis is er van doordrenkt. Een paar voorbeelden. Herodotus, vader van de geschiedschrijving, zoog van alles uit zijn duim over de Perzische Oorlogen in de 5e eeuw voor Chr. In de vorige eeuw gaf ene Harry Gerguson, broekperser uit New York, zich uit voor een neef van tsaar Nicholas II en kwam daar heel ver mee. Socioloog Diederik Stapel fraudeerde zich nog niet lang geleden door zijn wetenschappelijke onderzoek heen.

Mata Hari was lang niet de enige die fantaseerde, iedereen deed het. Majoor Coulson, schrijver van het boek Mata Hari – Courtisan and Spy beweerde dat de moeder van Margreet Zelle haar dochter naar een katholiek klooster stuurde en dat Mata Hari in Londen danste, wat ze nooit heeft gedaan. En Basil Thomson, het hoofd van Scotland Yard die haar drie dagen in Londen vast hield voor verhoor maakt van haar moeder een Javaanse in plaats van Antje van der Meulen uit Franeker. Journalisten schreven de meest verschrikkelijke onzin op.

Haar vader, Adam Zelle, jokte na de scheiding van Antje een boek over zijn dochter bij elkaar, dat stijf stond van de onwaarheden. Maar de pittigste fantasie komt van schrijver en ex-spion Kurt Singer. Dochter Non heet bij hem Banda, die tijdens WO 2 voor Japan spioneert en door Chinese communisten in Noord Korea wordt doodgeschoten. De echte Non was toen al meer dan dertig jaar dood.

Als je gewend bent in fantasieën te denken, is het des te lastiger om greep te houden op de werkelijkheid. Dat lukte haar niet meer op het moment dat ze het heel erg nodig had, in de gevangenis van Vincennes. ‘Je suis décidée aujourd’hui å vous dire la verité’ (‘ik ben vastbesloten u vandaag de waarheid te vertellen’) zegt ze 21 mei 2017 tegen kapitein Bouchardon, haar Franse ondervrager. ‘NIET DOEN!’, zou je haar willen toeroepen, ‘je maakt het er alleen maar erger op’. Maar ze zat daar alleen, verstrikt in een mix van waarheid en verzinsels. Er was geen houden meer aan.

lang en slank en lenig als een slang

Het is de avond van 13 maart 1905. Die dag markeert het einde van Margreet Zelle en het begin van Mata Hari, de wereldberoemde oriëntaalse danseres. Voor een select publiek danst ze op blote voeten en werpt haar sluiers af op de klanken van Javaanse muziek. De plaats: het Musée Guimet voor Oosterse Kunst in Parijs.

De kranten zijn lovend. ‘Zij is lang en slank en lenig als een slang. Haar uitgestrekte armen lijken haar op te tillen tot het uiterste puntje van haar tenen. De ontroering die door de kunstenares wordt opgeroepen is bezielend.’ Kijk, dat zijn nog eens fijne recensies als je net je debuut hebt gemaakt.
Ze werd een sensatie en bracht met haar optredens in de grote theaters van Europa duizenden mensen in vervoering. Maar kon ze eigenlijk wel dansen, vraagt iedere schrijver of journalist zich af. Geen idee, zou het beste antwoord zijn. Want er is geen bewegend beeld van de danseres Mata Hari, alleen foto’s. In So you think you can dance zou ze vermoedelijk niet door de eerste ronde gekomen zijn, danstechnisch gezien. Maar ze vergoedde dat gebrek dubbel en dwars door haar uitstraling, haar sensualiteit en haar naaktheid, ook al droeg ze vaak een vleeskleurige maillot.

Zelf was ze er nogal dubbel over. Ze had heel goed door dat mensen naar haar kwamen kijken voor een chique en artistiek verantwoorde striptease, maar aan de andere kant wilde ze ook door de danswereld voor vol worden aangezien.
‘Ik kan helemaal niet goed dansen. De mensen kwamen naar me kijken omdat ik de eerste was die naakt voor het publiek durfde te verschijnen’, zei ze tegen een vriend. Tegelijkertijd deed ze ontzettend haar best om aangenomen te worden bij Serge Diaghilev, wereldberoemde leider van het dansgezelschap Ballets Russes in Parijs. Ze had er hard voor geoefend, hij vond haar een matige danseres en beledigde haar door te eisen dat ze zich zou uitkleden (terwijl dat toch een van haar kwaliteiten op het podium was, zou je zeggen). Einde verhaal. Ze deed hem nieuwe verzoeken, vooral toen haar carriere tanende was. Maar zijn antwoord bleef nee.

In de artiestenwereld van roddel en jaloezie waren er genoeg mensen die haar eens even flink te grazen wilden nemen. Een toonaangevende toneelcriticus, met wie ze het aan de stok had gekregen, noemde haar een danseres die meer omgang had met de internationale onderwereld dan met heilige danseressen uit Indiase tempels.

En Misia Sert, een Pools/Russische pianiste die een grote rol speelde in de Parijse wereld van kunst en cultuur – ze inspireerde grootheden als Strawinsky en Picasso - vertelde het verhaal dat ze was uitgenodigd voor een besloten voorstelling. ‘In een slaapkamer waar de ellende van af droop, zaten vier kleine Indiërs met tulband gehurkt op de grond op hun gitaren te tokkelen, ze pingelden wanhopig op hun snaren. En zij was een doodgewone nachtclubdanseres. Het geheel was bedroevend armzalig en behoorlijk onsmakelijk.’ Wat Sert er niet bij vertelt is dat het orkestje niet een bij elkaar geraapt zooitje was, maar onder leiding stond van de Indiase religieuze leider Inayat Kahn, grondlegger van de Soefi beweging in het westen.

De tijd heeft z’n werk gedaan. Nu wordt er aanzienlijk minder op haar danskwaliteiten afgegeven. ‘Ze was sterk van geest, creatief, vernieuwend, daar bewonder ik haar om, die grote kracht kon ze via haar dansen uiten’, vertelde prima ballerina Anna Tsygankova me vorig jaar, toen ik een verhaal schreef over de dansvoorstelling Mata Hari van het Nationale Ballet, waarin zij de titelrol danste.

Voor artistiek leider Ted Brandsen van het Nationale Ballet staat een ding als een paal boven water: ‘Ze was geen getrainde danseres, maar een grote ster die zichzelf steeds weer vernieuwde, dat was ontzettend knap van haar.’
In buikdanseres Raniya uit Haarlem heeft Mata Hari een bijzondere pleitbezorger gekregen. Ik kwam haar als Mata Hari tegen op facebook, na haar optreden bij de presentatie van het nieuwe boek van Paulo CoelhoDe Spion, op uitnodiging van De Arbeiderspers. Samen met een Russische kostuummaker werkte ze aan een prachtige Mata Hari uitrusting. Op basis van foto’s maakte ze twee reconstructies van haar dansen, waarmee ze regelmatig optreedt.

‘Ik zie haar als iemand die de moderne dans in Europa heeft geïntroduceerd. Dat zij niet in de dansboeken voorkomt, heeft alles te maken met het feit dat haar kunst werd overschaduwd door het spionageverhaal. Ze was een foute vrouw, besmet. Maar ze is veel gecopieerd en was een inspiratie voor anderen. Wat ze deed was authentiek, het waren geen Javaanse dansen, het was een eigen mix, waarin de buikdans ook een rol had.’
In september 1914 zou Mata Hari een aantal voorstellingen dansen in het Metropol Theater in Berlijn. De oorlog gooide roet in het eten. Haar danscarriere was voorbij.

mata hari in parijs

Mocht je plannen hebben om naar Parijs te gaan, stap dan in de voetsporen van Mata Hari. Drink eens een glaasje in het Intercontinental Grand Hotel en loop door haar buurt. Een beetje verbeelding en je raakt ook besmet met het Mata Hari virus.

 

Mata Hari maakte haar debuut in het Musée Guimet aan de place d’Iéna. Je kunt de metro of de bus pakken. De bibliotheek waar zij zo’n verpletterende indruk maakte, bestaat nog steeds. Je vindt nergens een verwijzing naar Mata Hari, maar dat moet je niet weerhouden om er naar toe te gaan.

Je kunt het niet missen, het Intercontinental Grand Hotel. Het ligt op de hoek van de Boulevard des Capucines en de rue Scribe, vlakbij de schitterende Opéra.
Pure luxe. Het was haar huis, ze woonde er maanden achter elkaar.

Het eerste grote theater waar Mata Hari optrad met haar oosterse dansen, was het Olympia, het podium van alle grote sterren. Het ligt vlak bij het Grand Hotel, aan de Boulevard des Capucines nr. 28, aan je linkerhand. Het is nog steeds een theater.

Als je net als Mata Hari aan de dure chocola wilt, ga dan naar Fauchon, aan de place de la Madeleine, vanaf de Opéra gezien aan je linkerhand. De chique Parijzenaars hebben plaatsgemaakt voor Chinese toeristen.Op de hoek van de Champs Elysées en rue de Bassano verbleef Mata Hari in het Elysées Palace Hotel, waar nu de bank HSBC zit. Het schijnt dat de kamer waar ze logeerde nog bestaat, maar ik heb dat zelf niet uitgezocht. Gewoon vragen dus, aan de balie. Dit hotel was haar laatste adres in vrijheid. Ze werd gearresteerd en belandde in de cel.

Mata Hari was niet van de goedkope adresjes. Neem restaurant La Grande Cascade, in het Bois de Boulogne, waar ze regelmatig lunchte. Ben je in een gulle bui, hou dan in ieder geval je creditcard paraat: macaroni met truffels foie gras en wat parmezaanse kaas kost €92, voor een toetje betaal je €30.

Als je ergens niet dood gevonden wilt worden, is het in Chateaux Vincennes. Groot, somber, dominant. Hier worden de dossiers over Mata Hari bewaard. Daarvoor hoef je er trouwens niet naar toe, want je kunt ze zelf thuis online raadplegen. Maar pak lijn 1 van de metro en sla Vincennes niet over, want hier ging ze op die 15e oktober 1917 haar dood tegemoet.

Als je naar de achterkant van Vincennes loopt, buitenom, kom je op het Polygoon. Daar nam ze afscheid van de non (‘huil niet soeur Léonide’), die haar in de gevangenis had verzorgd en van haar advocaat, Edouard Clunet. Even later werd ze neergeschoten.

 

doodmoe van het poseren

Voorzichtig gaat Lisa met een wattenstokje over het schilderij van Mata Hari. ‘Speciaal voor jou heb ik een stuk vernis laten zitten’, vertelt ze. ‘Je kunt heel goed zien dat dit al is schoongemaakt, de warme sluier die erover lag, is verdwenen. En kijk eens naar deze foto van haar gezicht, toen ik de helft had schoongemaakt. Je ziet hoe gezond ze er daar uit ziet, terwijl ze op de andere helft grauw overkomt.’

Hoe was haar toestand toen je eraan begon, wil ik weten. ‘Wat kleine krasjes, vieze vegen en sterk verkleurd vernis maar verder in een prima conditie.’ Lisa Elbers heeft me meegenomen naar het restauratie atelier van het Kröller-Müller Museum in Otterlo, waar ze de laatste hand legt aan de restauratie van het schilderij, dat tijdens de komende tentoonstelling in het Fries Museum een prominente rol speelt.

Mata Hari torent boven ons uit. Het schilderij is 2.10 meter hoog. Lisa is 1.73, soms moet ze een trapje gebruiken. We vragen ons af hoe Isaac Israels, klein van stuk, dat heeft gedaan, toen hij Mata Hari schilderde. Israels, toen een van Nederlands bekendste en best betaalde schilders, nodigde Mata Hari in 1916 uit voor hem te poseren. Kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller kocht het doek en hing het in haar zitkamer. Later verhuisde het naar het museum.

Voor Mata Hari was dat poseren niets nieuws. Het was haar eerste job, toen ze in 1903 haar geluk probeerde in Parijs. ‘Vanmorgen en gisteren heb ik geposeerd en alzoo mijn geld verdiend’, schrijft ze in een brief aan haar neef Edward MacLeod. ‘Het is hard neef, maar het moet. Ik ben doodmoe van het poseren, maar enfin, ik kijk in de portemonnaie en ben contente.’

Ze werkte toen voor Octave Guillonnet, een bekende Franse kunstenaar. ‘Het is heel mooi’, vertrouwde Margaretha, zoals ze toen nog bekend was, Edward toe. ‘Ik wist niet dat ik er zo goed uit zag.’ Poseren werd haar tweede natuur, zeker na haar stormachtige debuut als danseres. Ieder tijdschrijft wilde foto’s van de superster Mata Hari op de voorpagina. Als je al die foto’s van haar bekijkt, zie je wat een topmodel ze was.

Later in haar carrière, toen ze als danseres bijna niet meer aan de bak kwam, werd ze weer schildersmodel. In 1914 maakte Piet van der Hem, net als zij opgegroeid in Leeuwarden en ook via Parijs doorgebroken als schilder, een aantal portretten van haar. Er werd gespeculeerd dat ze een relatie hadden. ‘Ik weet echt niet precies wat Mata Hari voor hem heeft betekend, aan de schilderijen kan ik dat niet aflezen’, vertelde kunstschilder Sierk Schröder na het overlijden van Van der Hem, van wie hij executeur testamentair was. ‘Piet was een virtuoos kunstenaar en Mata Hari was een knappe vrouw, maar verder dan de oppervlakte kwam hij niet.’

Henry Rudaux schilderde haar in 1916 als Diana, de godin van de jacht. Het doek werd onlangs geveild bij De Zwaan in Amsterdam. In datzelfde jaar kreeg zij dus ook het verzoek van Isaac Israels. Als je zijn portret legt naast de laatste foto die van haar is gemaakt op de dag van haar arrestatie, in de gevangenis in Parijs, zie je de overeenkomsten. Een statige vrouw, donker gekleed, strakke blik.

Lisa kijkt omhoog. ‘Ik denk dat hij haar mooier heeft geschilderd dan ze was. Kijk maar, als je het vergelijkt met die foto, daar ziet ze er toch veel minder uit. En dan denk ik ook dat het bizar is dat er twaalf man met geweren voor nodig waren om zo’n tengere vrouw te doden.’

Ik vraag haar of ze in die 160 uur dat ze met het schilderij bezig is geweest, veel aan Mata Hari heeft gedacht. ‘Eerder aan Isaac Israels, hoe hij dit schilderij gemaakt heeft. Je focust je op het beeld, dat is het. Het is een sterke vrouw, dat zie je wel. Ze hangt eigenlijk permanent op zaal, ze intrigeert het publiek, dat merk je aan de reacties, ook het personeel is erg aan haar gehecht.’

Op het moment dat Lisa en ik praten over haar werk als restaurator, verdiept Gill Button zich in Londen in het leven van Mata Hari. Gill is een veelgevraagde Britse kunstenaar, die via Instagram ontdekt werd door mode ontwerpers als Gucci en Dries van Noten. Ze schildert portretten met inkt, de ogen als blikvanger.

De Bijenkorf in Amsterdam nodigde haar uit om te exposeren. Ze koos voor een serie portretten van Mata Hari. ‘Wat me intrigeerde was haar turbulente leven’, vertelt ze in het Financieele Dagblad. ‘Ik heb haar gezicht geanalyseerd en zag het verdriet en de pijn. Dat gevoel wilde ik vangen in de portretten die ik van haar en haar man en kinderen heb gemaakt.’

Ze heeft het razend druk. ‘Ik zeg overal nee tegen’, vertelt ze in hetzelfde interview. Dat klopt. Ik heb haar diverse keren een mail gestuurd, maar hoor niets. Op weg naar De Bijenkorf dus. Daar, naast de herenkleding, hangen 33 schilderijen. Het verdriet spat er vanaf. Gelukkig weten wij een ding: Mata Hari heeft ook geweldig veel plezier gehad in haar leven.

mannen, mannen en nog eens mannen

Spreek het woord minnaar uit. Langzaam, laat het even op je lippen rusten. Doe gerust je ogen dicht en proef het woord, letter na letter.

Wedden dat je even iets van verlangen voelt?

Mata Hari sprak het woord minnaar, of amant zoals ze meestal in het Frans zei, uit als een vanzelfsprekendheid. Niet zozeer omdat ze zo naar ze verlangde, maar wel omdat haar minnaars een bron van inkomsten waren en het beeld bevestigden van Mata Hari, de verleidelijke vrouw, aan wie maar weinig mannen konden ontsnappen.

De Fransen noemden haar, toen ze beschuldigd werd van spionage, niets meer dan een goedkope hoer. Maar in haar glorietijd, vanaf 1905, waren minnaressen en courtisanes een geaccepteerd maatschappelijk verschijnsel. Vrouwen als Mata Hari voelden zich onafhankelijk, met een vrije seksuele moraal en konden daar openlijk voor uit komen. Hun relaties met mannen waren geen stiekeme verliefdheden, waarbij je met z’n tweeën de bezemkast induikt.

Mannen hadden in het openbaar maîtresses, ook al kostte hen dat heel veel geld. ‘Het mes snijdt aan twee kanten’, schrijft Julie Wheelwright in haar boek The Fatal Lover. ‘De mannen hielden er, onafhankelijk van hun huwelijkse verplichtingen, een bevredigend seksleven op na, terwijl de courtisane genoot van haar financiële onafhankelijkheid, sociaal aanzien en soms ook een zekere mate van politieke macht.’

Ik heb geprobeerd een lijstje aan te leggen van haar minnaars en toen ik de twintig voorbij was, raakte ik de draad kwijt. Mata Hari niet, ze hield er tegelijk meer mannen op na en sprak daar open over, ook tegenover haar ondervragers: ‘Eind juli 1914 dineerde ik een avond ‘en cabinet particulier’ met een van mijn minnaars, de politiechef Griebel.’ Dat was in Berlijn.

Wie waren de mannen van Mata Hari, die geld hadden, hoge functies en/of een uniform droegen? Dit is wat ze zelf over ze zei tijdens de verhoren door het Franse oorlogstribunaal.

Alfred Kiepert, Duits officier. ‘In februari 1910 ging ik naar de opera van Monte Carlo’, vertelt ze haar Franse ondervragers toen ze in de cel zat. ‘Daar ben ik de maîtresse geworden van luitenant Alfred Kiepert. Ik ben 3 jaar bij hem gebleven. Hij installeerde me in Berlijn, hij heeft me groots onderhouden, was heel rijk. Hij heeft me 300.000 marken meegegeven.’…

Felix Xavier Rousseau, een Franse bankier. …. ‘Daarna ben ik naar Parijs teruggekeerd waar de bankier Rousseau mij als zijn maitresse heeft genomen. Met hem heb ik een luxe leven geleid, ik had een villa in Neuilly.’ Rousseau, die Mata Hari vier volbloed paarden gaf in een met rood fluweel beklede stal – zo vertelde het dienstmeisje Pauline Bessy later - ging aan haar failliet.

Arnold von Kalle, Duitse militair attaché in Madrid. ‘Ik deed wat een vrouw doet wanneer ze een heer wil veroveren en ik had al snel in de gaten dat Von Kalle de mijne was.’

Markies Fernand de Beauffort, commandant van de Belgische lansiers: ‘Ik ben drie maanden in Parijs gebleven en werd de maîtresse van markies De Beauffort. Hij hielp me de verveling te verdrijven.’

Eduard Baron Van der Capellen, kolonel bij de huzaren. ‘De baron is nog steeds mijn minnaar, hij heeft me geïnstalleerd in Den Haag, aan de Nieuwe Uitleg.’

Ze had ook aanbidders die een relatie met haar fantaseerden. Apie Prins, een Nederlandse bohémien beweerde dat hij ‘iets’ met haar had gehad tijdens de Eerste Wereldoorlog. En ene dr. Joaquin Matres uit Tanger noemde haar de liefde van zijn leven. Kort voor haar terechtstelling was hij nog bij haar langs geweest in haar cel, schreef hij aan Mata Hari-biograaf Sam Waagenaar.

En nu het woord liefde toch valt: de enige man die ze niet haar minnaar noemde, was Vadim de Massloff, met wie ze in 1916 een relatie kreeg. Hij werd haar verloofde, tot vlak voor haar dood.

Tijdens het proces in Parijs lieten vrijwel alle mannen haar vallen als een baksteen. Een verhouding met een danseres is één ding, maar met een geraffineerde, decadente en erotische spionne? Daar wilde niemand z’n vingers aan branden. Bovendien was het maatschappelijk beeld door de Eerste Wereldoorlog totaal gekanteld. Vrouwen met een losbandige seksuele moraal kregen het stempel gevaarlijk en werden met de nek aangekeken. Alleen had Mata Hari dat zelf niet door.

En de minnares? Die bestaat nog steeds. Denk even aan de foto die heel de wereld over ging van de Franse president Hollande, op de scooter op weg naar z’n maitresse. Of aan de begrafenis van een van zijn voorgangers, François MItterand, toen zijn echtgenote Danielle en zijn maîtresse Anne Pigeot gezamenlijk rond zijn graf stonden.

Ik doe mijn best het woord amant uit te spreken, net als zij. Het voelt ouderwets. De courtisanes van toen zijn ruimschoots ingehaald door de tijd.

god wat ben ik hier begonnen

November 2016. De Thalys rijdt het Gare du Nord in Parijs in. In de trein heb ik nog wat zitten lezen in de brieven van Margaretha MacLeod-Zelle: ‘Waarom ik naar Parijs ging, ja, ik kreeg een oogenblik van wanhoop’, schreef ze in november 1903 aan de neef van haar man.

‘Toen de trein Parijs naderde en ik alleen voor het eerst van mijn leven aan het Gare du Nord stond dacht ik een moment “God wat ben ik hier begonnen met bijna geen geld”. Maar tegelijk met die gedachte kwam den courage en ik dacht “en avant”’.

Met de bus ga ik naar het luxe Intercontinental Grand Hotel, naast de schitterende Opéra Garnier. Philippe Lesigne, die de scepter zwaait over de conciërges, wacht al op me. ‘Ah, madame, u bent van Mata Hari.’

Ik had hem gemaild dat ik graag de kamers wilde zien waar ze na een grote carrière het laatste jaar van haar leven woonde en waar ze zeven maanden werd geschaduwd. Ze verdachten haar toen al van spionage.

Lesigne heeft ontzettend z’n best gedaan om de kamers te vinden, maar ‘helas’, het hotel is grondig verbouwd en de nummering is heel anders dan toen. Maar hij gaat me graag voor naar de suites waar ze gewoond had kunnen hebben.
Als mijn Frans toch wat minder toereikend blijkt voor een vloeiend gesprek, gaat hij moeiteloos over in het Engels.

We lopen door eindeloze gangen, van deur tot deur belegd met tapijt, in totaal 5 kilometer lang, vertelt hij glimlachend. Hij leidt me naar de wintertuin, waar ze vaak zat te eten en brieven schreef.

Naar de salon waar ze soms piano speelde. Naar de geweldige balzaal, die nog helemaal intact is en waar nu Chinezen zich inschrijven voor een symposium. Philippe Lesigne neemt alle tijd, gaat glimlachend op de foto, beantwoordt vragen.

We komen weer terug in de hal. Hier zaten de twee politiemannen Tarlet en Monier die haar schaduwden, dag in dag uit, blocnote in de aanslag. Ze reden achter haar aan door Parijs, soms verloren ze haar uit het oog, omdat ze niet zo snel een taxi of rijtuig konden vinden.

De brieven die ze aan de conciërge afgaf, gingen regelrecht naar deze twee mannen en pas dan weer terug, de brievenbus in. Iedere dag tikten ze hun rapport op een typemachine. Ik heb de verslagen bij me, ze geven precies aan waar ze allemaal heen ging en wie ze op bezoek kreeg, zoals de Belgische officier Fernand Beaufort. De politiemannen noteren:

’Samen laten ze zich naar het Bois de Boulogne rijden voor een wandeling. Daarna dineren ze bij Garnier aan de Place du Havre. Om half tien ’s avonds keren ze terug. De surveillance wordt opgeheven.’

Ik lees ook dat ze een taxi neemt naar juwelier Walewyk aan de 8 Rue Danou, daar komt ze nogal vaak. Ik loop er heen, het is niet ver van het hotel. Walewyk zit er allang niet meer, het pand is leeg en verlaten. Ik loop door naar de rue la Boétie, waar ze in een week tijd een paar keer naar de tandarts gaat. Ook die is weg, er zit nu een tapijtenwinkel.

Ik haal de plattegrond van Parijs uit m’n zak, waar ik, thuis in Groningen, alles op heb aangekruist en zoek Aux Mille & Une Nuits (duizend en één nacht) waar ze hemdjes, corsetten en jurken kocht. De rekening – 1485 francs – zit ook in het dossier. De winkel is weg, natuurlijk. In gedachten volg ik haar naar haar kapper in de rue Pasquière en haar manicure in de rue Tronchet. Het geeft een bijzonder gevoel om rond te lopen in haar buurt, waar ze zich zo thuis voelde.

Het wonen in een hotel, jaar in jaar uit, is ook niet alles, vooral niet als je rekeningen krijgt – bijvoorbeeld van het Grand Hotel van 4352,25 francs -  die je liever niet wilt betalen. Ze moet toch al zo vaak naar de bank, aan de overkant van het hotel. Dus loopt ze een aantal makelaars af en vindt uiteindelijk een appartement aan de 33 avenue Henri Martin, in een chique wijk, niet ver van de Eiffeltoren. Vandaag de dag betaal je voor zo’n appartement €6.500 per maand.

Vanaf het moment dat ze besloten heeft om hier te gaan wonen, gaat ze op zoek naar meubels en struint diverse antiquairs af. Heel soms als hij verlof heeft, gaat haar verloofde Vadim Massloff mee. Daar gaan ze, arm in arm, noteren Tarlet en Monier. Ze zal er niet wonen. Voordat het zover is, is ze gearresteerd en komt ze nooit meer in haar eigen buurt terug.

Ik loop terug naar het Grand Hotel. Het voelt ineens kil aan.

ben in scotland yard, help mij

Woensdag 16 november 2015 in het centrum van Londen. Ik kijk omhoog, naar het toenmalige hoofdkwartier van Scotland Yard. Ik wil weten waar Mata Hari precies 99 jaar geleden werd ondervraagd door het hoofd van de Special Branche, Sir Basil Thomson.

Auto’s razen over het Victoria Embankment, om de haverklap klinken sirenes. Geluiden van de grote stad. Daar boven zat ze. In een van die twee grote Victoriaanse gebouwen. Rode baksteen, het wapen van de koningin boven de poort, een loopbrug van het ene gebouw naar het andere.

Even verderop, In het House of Parliament houdt premier David Cameron een speech over terrorisme, inlichtingendiensten, jihadisten. Hij kondigt bombardementen aan op de Islamitische Staat. Het is een week na de aanslagen in Parijs.

New Scotland Yard is allang weg uit deze straat. Parlementariërs zitten al zo’n kleine veertig jaar in de kamers die toen het domein waren van politiemensen en leden van de geheime dienst, M.I.5. De gebouwen worden zwaar bewaakt, de ijzeren hekken zijn dicht, kettingen erom heen. Hier en daar brandt licht achter de ramen. Het straatje tussen de gebouwen is leeg, op vier zwaar bewapende politiemannen na. Ze kijken vriendelijk, maar zijn onverbiddellijk zo vlak na Parijs.

Binnen rondkijken zit er niet in. U bent op zoek naar de kamer waar Mata Hari door de Yard werd vastgehouden en verhoord?. ‘We are unable to provide public or press tours/visits’, laat Laura van de persdienst gedecideerd weten. Bovendien, zegt ze, is het allemaal zo verbouwd dat ieder spoortje van Mata Hari – als dat er al was - allang verdwenen is.

Terug naar november 1916. De Eerste Wereldoorlog is al twee jaar aan de gang, maar Mata Hari, met haar paspoort van het neutrale Nederland, reist gewoon door Europa. Ze is per schip onderweg van Spanje naar Nederland. Dan gaat het mis. Bij Falmouth, aan de Engelse zuidkust, wordt ze aangehouden. De Engelsen verdenken haar van spionage voor de Duitsers.

Ze wordt overgebracht naar de Britse hoofdstad en zit daar drie dagen vast bij de inlichtingendienst van Scotland Yard. Twee keer wordt ze uitputtend verhoord.
Thomson en zijn collega’s denken dat Mata Hari Clara Benedix is, een Duitse spionne. Kijk maar, zegt Thomson terwijl hij een foto van Benedix onder haar neus duwt. ‘Dat ben ik niet’, zegt ze: ‘This is not my photograph sir.

‘s Avonds zit ze in haar eentje op het politiebureau van Cannon Row, aan de overkant van de straat en schrijft brieven, o.a. naar de Nederlandse gezant: ‘Kunt u naar London komen voor identificatie. Ben in Scotland Yard in wanhoop. Help mij.’

De verhoren van Mata Hari zijn opgeborgen bij de Nationale Archieven in Londen. In een gele map met daarop plakkers: ‘Produce on SPECIAL INSTRUCTION ONLY. Document to be seen only under supervision.’ Inmiddels kun je ze gewoon downloaden. Het blijft spannend om al die documenten, telegrammen, notities en verhoren te lezen, ook als je thuis gewoon achter je bureau zit: ‘Ik zweer dat het een vergissing is…. Ik ben niet Clara Benedix.’

Op m’n iPad lees ik het boek Queer People van Basil Thomson. De zaak van Mata Hari overtreft alle andere die hij onder handen heeft gehad, schrijft hij. Maar hij moet haar weer laten gaan, de Yard heeft geen bewijs dat ze spioneert en Clara Benedix blijkt ze niet te zijn. Ze wordt teruggestuurd naar Spanje, maar mag intussen naar een hotel in Londen, in afwachting van een schip dat haar naar Vigo kan brengen

Ik wandel van Scotland Yard naar het Savoy hotel. Het is vlakbij, je loopt het in tien minuten. Mata Hari nam ongetwijfeld een taxi, toen ze haar tien (!) koffers weer van de politie had teruggekregen. Meer dan een week blijft ze in het luxe hotel. Kamer 261 bestaat niet meer, het is nu een particulier appartement.

We lopen even naar de American Bar, waar portretten hangen van beroemde gasten, David Bowie, Jerry Hall, Marlene Dietrich, Mick Jagger. Ze zit er niet bij. Ik vraag de barman of hij weet wie Mata Hari is. HIj kijkt verdwaasd: Bada Harry? Beroemd danseres en dan ook nog eens spionage? Voor het eerst gearresteerd in London? Hij schudt zijn hoofd en brengt extra nootjes en olijven bij ons glaasje Chablis van 9 pond.

De aanhouding in Londen is het begin van het einde voor Mata Hari. Elf maanden later staat ze even buiten Parijs voor het vuurpeloton en wordt doodgeschoten. We pakken de bus terug en rijden langs het huidige pand van New Scotland Yard. Kranten melden dat M.I.5 honderden medewerkers en spionnen extra nodig heeft. Je kunt gewoon solliciteren.

doodgaan is een smerige zaak

‘Ha Willem, hallo! Hee Willem, hoe gaat het met je? Willem, goed je te zien!’ Ik kijk om me heen terwijl ik met Tomas Ross de trap oploop bij De Bezige Bij, z’n uitgever. Willem? Wie is die Willem? Tot het kwartje valt. Tomas Ross is zijn pseudoniem, hij heet gewoon Willem Hoogendoorn. Net als Mata Hari gewoon Margreet Zelle heette.

Aardige man, een aartsverteller. Geef hem 1 zin en hij maakt er tien van, of twintig, dertig. We zitten boven. De geluiden van Amsterdam waaien naar binnen. Meer dan 72 boeken heeft hij geschreven, in meer dan 72 jaar. Jeugdboeken, non fictie en thrillers, waarin hij op de scheidslijn van feiten en fictie balanceert.

Hij ziet een geel plakkertje uit De tranen van Mata Hari steken, de thriller die hij tien jaar geleden schreef en dit jaar opnieuw wordt uitgegeven. ‘Ik raak de draad kwijt’ schreef ik daarop, aangekomen op bladzij 484 van de 600. ‘Je lijkt m’n redacteur wel. Die vindt dat ook, dat er teveel gegevens in staan.’ ‘Snapt Ross het zelf nog wel?’, staat er op het gele briefje dat ik op pagina 530 heb geplakt. Ik moffel het een beetje weg, maar stel hem de vraag wel. ‘Natuurlijk’, antwoordt hij opgewekt.

Bijna al zijn boeken gaan over bestaande mensen: prins Bernhard, Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Maxima. Maar hij bedenkt er hoofdpersonen bij die het spannend moeten maken. In Mata Hari wemelt het van de personages die wel (koningin Wilhelmina, prins Hendrik, de kleine prinses Juliana) en niet bestaan hebben. Moord, verraad, complotten, liefde, ontrouw en natuurlijk spionage, alles zit erin.

In zijn handen is Mata Hari verleidelijk, soms lief en vaak boerenslim. Stel dat hij een uur had met Mata Hari, wat zou hij dan van haar willen weten? ‘Ik zou haar van alles vragen. Wat heb je nu echt gedaan, ben je inderdaad opgeleid als spion, heb je het inderdaad met prins Hendrik gedaan.’

Het is dat prins Bernhard nog niet in beeld was in die tijd, anders had hij hem er ongetwijfeld ingevlochten. ‘Mijn broers roepen altijd, nou hou je op over die Bernhard. En dan zeg ik, ja maar jongens er is maar één schelm geweest en dat was hij. Over wie moet ik dan schrijven in Nederland. Wim Kok? Balkenende?’

Fictieschrijvers kunnen hun fantasie lekker laten gaan. “Ik mag beweren wat ik wil, journalisten en historici mogen dat niet. Mensen zeggen wel eens: “Bij u weten we nooit waar de  geschiedenis ophoudt en de fictie begint”. Maar ik vind het juist een leuke manier van geschiedenis schrijven.’

Een kilometer verderop in Amsterdam leest Céline Linssen me voor uit Duet, het boek dat ze tien jaar geleden schreef over Mata Hari. Waar Ross Mata Hari eigenlijk een bijrol geeft in een ingewikkeld complot, kruipt Linssen gulzig in haar hoofd en in haar lichaam.

Ze beschrijft de drie maanden die de flamboyante Mata Hari doorbracht in de ‘naargeestige, kale en stinkende’ vrouwengevangenis in Parijs, die gerund werd door de nonnen. ‘Ze kwam daar binnen als een schreeuwende teef, die wild om zich heen slaat. Ze ging eruit als een tot rust gekomen, charmante vrouw, die liefdevol tegen sleur Léonide, haar verzorgster, sprak: “U moet niet huilen. U gaat een mooie dood zien.’

Van Léonide maakt ze een dood vogeltje – kind van een gestorven prostituee, opgenomen door de nonnen - bij wie de zintuigen openklappen door de omgang met de sensuele, humoristische en levenslustige Mata Hari. ‘Ze gaat haar als een moeder zien. Mata Hari gaat haar, de non, zien als de dochter (Non) die ze verwaarloosd heeft.’

Het is fictie, gebaseerd op feiten. In Duet worden de laatste minuten niet neergezet als koketterie, waarin ze het vuurpeloton een kushand toewerpt. Ze proeft paardenstront. Vermengd met braaksel. Doodgaan is een smerige zaak’, schrijft Linssen. Als ze op mijn verzoek het laatste hoofdstuk voorleest, spuugt ze de woorden er bijna uit. Haar ogen schitteren. ‘Voor mij is het zo gegaan. Wat gebeurt er met je als je weet dat je kapotgeschoten wordt. Het is niet mooi. Maar dit is wat de Franse politiek haar heeft aangedaan.’

Het bijzondere aan Duet is dat Céline Linssen het schreef als filmscenario. Alles was klaar voor de verfilming – verhaal, spelers, regisseur, lokaties, Nederlandse subsidie -  behalve de Fransen die niet met geld over de brug kwamen. En dus werd de film een boek. Zo’n boek dat je niet loslaat, dat je gewoon twee keer achter elkaar leest.

De gevangenis Saint-Lazare is intussen allang gesloopt, maar Les soeurs de Marie Joseph bestaan nog steeds in Fresnes, zo’n 40 km buiten Parijs. ‘Ik ben bij ze langs geweest toen ik aan m’n scenario bezig was. Ik zal nooit vergeten dat soeur Marie-Paule ons laat op de avond in haar Renault 4 terugbracht naar het metrostation en plots een krachtig ‘Merde’ liet horen toen ze moest remmen voor het rode stoplicht.’

Verdomme!

En dat uit de mond van een non.

feministisch of vrijgevochten?

Toen de kleine Margreet Zelle in Leeuwarden leerde lopen, werd dat andere noordelijke meisje, Aletta Jacobs uit Sappemeer, de eerste huisarts in Nederland. Toen Mata Hari in Parijs haar debuut maakte als oosterse danseres, liet suffragette Emmeline Pankhurst zich in Londen vastketenen in de strijd voor het vrouwenkiesrecht.

Aan Jacobs en Pankhurst hebben vrouwen het te danken dat ze eindelijk mochten stemmen. Ze hadden een enorme invloed op de emancipatie van de vrouw en daarmee op de maatschappij. Maar hoe zit dat eigenlijk met Mata Hari, is de vraag in veel boeken. Heeft zij iets betekend voor het feminisme? Werd ze beïnvloed door de eerste feministische golf?

We zitten erover te praten, mijn koffievriendinnen en ik. Om het feministisch gehalte van ons gezelschapje te schetsen: twee van ons hebben ooit een vrouwenhuis opgericht, anderen gaven VOS-cursussen (Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving, door mannen wel aangeduid als Vrouwen Oriënteren zich op de Scheiding). Jaren zeventig dus.

Nee, denken we, feministisch was Mata Hari niet. Maar wel een geëmancipeerde vrouw. Zelfstandig. Niet bang. Ondernemend. Na haar scheiding meteen geprobeerd haar eigen brood te verdienen, een geweldige carrière opgebouwd, in haar eentje door Europa gereisd. Maar ja, toch ook weer afhankelijk van de mannen van wie zij de maîtresse was en die haar betaalden.

Aletta was voorzitter van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Mata Hari hoor je nooit iets beweren over de samenleving. Aletta omschrijft zichzelf als pacifiste in merg en been. ‘De verschrikkingen van den oorlog pijnigden mij dag en nacht’, schrijft ze in haar Herinneringen. Ze verleende hulp waar ze maar kon. Mata Hari beklaagde zich erover dat ze niet meer aan de bak kwam door WO1. Haar contract in Berlijn, voor Aletta en al die anderen de vijand, ging door de oorlog niet door.

Toen ik schrijver Jan Brokken vroeg of hij Mata Hari een feministe vond, aarzelde hij niet. ‘Ze ging heel volwassen om met het feit dat ze met haar lichaam wilde doen wat ze wilde. Stel je voor, in 1905 als vrouw zeggen dat je van de liefde wilt genieten als een man. In dat opzicht was ze absoluut revolutionair.’

Ik vroeg hetzelfde aan Céline Linssen, schrijver van Duet, over Mata Hari. ‘Bij ons thuis – met 6 zussen en een broer - bepaalden de vrouwen alles, een soort natuurlijk feminisme. Mata Hari was een feministe zonder dat ze wist dat ze het was, ze was enorm overtuigd van zichzelf. Eigenlijk keek ze op mannen neer. Misschien is mataharisme een beter woord. Ze deed alles voor zichzelf en was toevallig vrouw.’

Tijd om een deskundige te raadplegen. Ik mail journalist Cisca Dresselhuys, zeg maar de moeder van de emancipatie, althans voor mij. Een van de exponenten van de tweede feministische golf. Jarenlang hoofdredacteur van het feministisch blad Opzij. Net als Margreet Zelle geboren in Leeuwarden, niet als dochter van een koopman, maar van een gereformeerde dominee. In 17 jaar tijd legde ze voor Opzij 180 Nederlandse mannen langs de feministische meetlat.

Kan zij Mata Hari niet eens langs die lat leggen?, vraag ik haar. ‘Dat dacht ik niet’, klinkt het vanuit Hilversum, waar ze woont, ‘ik hou er niet van als vrouwen elkaar de maat nemen.’

Kun je Mata Hari een feminist noemen? ‘NEE, NEE en nog eens NEE.’ Helder. ‘Ik ben misschien te streng, maar voor mij is feminisme toch altijd het vechten voor, het wegwerken van achterstanden, uitbuiting. Als Beyonce met een hele zwangere buik op een foto staat en dat tot een feministische actie verklaart, dan denk ik, hoezo. En als zangeressen zich in enorme piepkleine lustpakjes hullen en zeggen dat het een feministisch gebaar is, dan denk ik ook hoezo.’

‘Ze was natuurlijk wel een vrouw die lak had aan wat er van een vrouw verwacht werd. Maar aan de andere kant was ze weer zo traditioneel, juist omdat ze haar seksuele kanten zo heeft uitgebuit. Het woord geëmancipeerd vind ik ook al te ver gaan in haar geval. Vrijgevochten, dat is het. Lak aan conventies. Maar ze heeft het jammer genoeg niet met haar brein gedaan, alleen met haar vrouw zijn.’

‘Die eerste feministische golf ging gepaard met geweld. In Engeland kwamen vrouwen in de gevangenis terecht, gingen in hongerstaking. Zij moet geweten hebben van de suffragettes in Londen, ze moet ook geweten hebben van Aletta Jacobs en haar acties voor het vrouwenkiesrecht. Er waren in die tijd aanknopingspunten genoeg. Als ik zelf in die tijd geleefd had, had ik me bij Aletta Jacobs aangesloten, niet bij Mata Hari.’

Ze zucht. ‘Was ze maar een stapje verder gegaan. Kijk, Josephine Baker trad ook op in een bananenrokje, maar die manifesteerde zich met het opvangen van heel gedepriveerde kinderen, was sterk in de humanitaire hoek. Het zou mooi geweest zijn als Mata Hari een spandoek omhoog had gehouden met ‘ik eis kiesrecht’. Dan had ze m’n hart gestolen.’

Josephine Baker kreeg het Légion d’Honneur voor haar verzetswerk in de Tweede Wereldoorlog. Hoe het met Mata Hari afliep, weten we allemaal.

dol op mata hari

Mata Hari? ‘Hou op zeg, dat is toch helemaal niet interessant’, zeggen veel mensen als je over haar begint. Tot ze meer over haar te weten komen. Dan begint de fascinatie.

Jan Brugman gaat me voor naar de werkkamer boven, waar hij een deel van zijn boeken bewaart. Vandaag of morgen kan de vloer het wel eens begeven, denkt hij. Een dikke balk boven de deur moet de boekenkast tegenhouden. De kamer ernaast, tja, daar is mevrouw Brugman niet onverdeeld blij mee: ook hier is het vol. Het is het lot van de partner van een verzamelaar: films, foto’s, prentbriefkaarten, affiches, boeken, schilderijen.

Beneden staat z’n computer, waarmee hij via de facebookpagina The International Mata Hari Appreciation Society (Jan: ‘Ik kan het niet eens behoorlijk uitspreken’met de buitenwereld communiceert. Over geschiedenis in z’n geheel en Mata Hari in het bijzonder. Hij kent haar verhaal van haver tot gort. Ze is een rode draad, net als Churchill of Lincoln. Daar kunnen mensen zich aan vasthouden.

De postbodes in Leeuwarden hebben het druk met hem. Vrijwel dagelijks komt er wel iets binnen, meestal aangeschaft op internetveilingen. Unieke vondsten soms. Al in zijn hippietijd, toen hij een jaar of 20 was, verzamelde hij knipsels uit de Leeuwarder Courant over Mata Hari. En waarom? Door die rode draad. ‘Kijk naar 1905, het jaar van haar grote opkomst. Dan zie je elders ook verschuivingen in de wereld, onder andere door de Japans Russische oorlog, gewonnen door Japan.’ Hij is gek op cliffhangers, wil hij maar zeggen.

Er wordt heel wat af gefilosofeerd aan de Emmakade. ‘Mata Hari intrigeert me, ik wil weten hoe de vork in de steel zit. Want er zijn evenveel leugens als waarheden. Soms stuit je ineens op een stukje waarheid, mooi is dat.’ Leeuwarden ligt daar niet wakker van, weet hij. ‘Zodra ik over Mata Hari begin, hebben ze de neus vol.’ Ook dat is het lot van een verzamelaar.

In dit jubileumjaar heeft hij een paar ijzers in het vuur. Een tentoonstelling in het stadhuis van Leeuwarden en een Mata-Hari mediamonument op het Mata Hari plein. Hoe dat wordt houdt hij nog even geheim, of het wat wordt is ook de vraag. De gemeente juicht niet met hem mee, dus die hobbel moet nog genomen worden.

Laatste vraag: Wat zou hij het liefste willen hebben voor zijn verzameling? Aha, daar komt ie: de flesjes met onzichtbare inkt die ze in het Noordzee kanaal heeft gegooid.: ‘Die zouden zomaar boven water kunnen komen.’ Ook het optimisme tekent de ware verzamelaar.

als dit ondergoed eens kon praten

In de hal van veilinggebouw De Zwaan in Amsterdam klinkt gesnuf. Ik zie een vrouw, begin 40, met een zakdoek in haar hand. Kan ik iets voor u doen, vraag ik. Nee. Dit zijn tranen van blijdschap, van ontroering. Ze heeft net iets van Mata Hari op de kop getikt. Wat, wil ze niet kwijt. Maar ze heeft er lang op moeten wachten om iets van haar te hebben en oh, wat is dit dan een mooi moment.

Binnen wordt een witgouden choker geveild. Een hangertje aan een kettinkje. Het ligt op een wat scharrig dienblaadje. Getaxeerd tussen de 300 en 500 euro. Vanuit Zwitserland wordt 1050 geboden, bij Julia aan de telefoon 1150, 1300 door een dame achterin de zaal,1500 aan de telefoon, 1600 door een man op de eerste rij, 1700 online vanuit Zwitserland, 1800 door de dame achterin de zaal. Klap met de hamer. ‘U heeft het.’

Een jaar later is er een tweede veiling. Het is een weerzien van vrolijke verslaafden. De meesten hebben ook bij de eerste Mata Hari veiling geboden: ‘Ik ben de bestekman van vorig jaar’, roept iemand. Camera’s draaien, journalisten schrijven hun notitieblokjes vol, koffie en thee gaan rond.

Even na zevenen geeft veilingmeester Babette van den Brink de aftrap. Als ze binnenkomt ruist haar zwarte rok onder het lichtgroene zijden jasje, haar lange haren dansen op haar rug. ‘Als dit ondergoed eens kon praten’, prijst ze een stapel textiel aan. Het gaat voor 320 euro weg.

Naast mij zit nummer 446, met haar man. Halverwege is er wat verwarring omdat de internetbieder uit Italie zijn bod verhoogt, precies op het moment dat de hamer valt. De notaris is onverbiddellijk. Het bod telt. Ik stop ermee, bromt de man van 446, dit is niks. Zijn vrouw blijft op het oog rustig, maar haar lip trilt een beetje. Ze zet door. Mata Hari is alles of niets.

ik zou me vastklampen aan zo’n man

In Ridderkerk woont Conny van den Dungen, poppenhuis architect. Haar man moet haar delen met een piepkleine versie van Mata Hari. Boven, in haar expositieruimte, vertelt ze in miniaturen het levensverhaal van Mata Hari, scene voor scene. Alles op schaal.’ Haar man: ‘Conny denkt in 1 : 12.’

Het begon met een bezoek aan het Fries Museum. ‘Ik keek naar de foto’s als een soort bouwer. De gracht, de winkel van haar vader, het Musée Guimet in Parijs. Naderhand kwam het karakter van Mata Hari naar boven en de fascinatie.’ Haar man: ‘Nou, dat ging heel snel hoor.’

Acht jaar was ze met Mata Hari bezig, bijna dag en nacht. Veel research. Ook omdat ze de zwart wit foto’s naar kleur moest vertalen. Haar man: ‘We zijn naar Bronbeek geweest om naar uniformen te kijken. Ze heeft het uniform van MacLeod exact overgenomen, inclusief de knopen en versierselen. En we waren bij het graf van MacLeod en Non, de dochter die hij samen met Mata Hari had.’

Conny: ‘Ik bewonder haar omdat ze zoveel ondernam. Ze ging altijd weer door, dat was heel wat in die tijd, als vrouw. Ik zou dat nooit gedurfd hebben. Dat zit niet in mezelf, dat is een gemis in mijn karakter. Ik ben een huismoedertje. Fazant 110 in Ridderkerk. Wat ik mis, dat heeft zij. Ik zou me vastklampen aan zo’n man, bang om alleen te zijn. Zij niet. Ze vond het leuk, kon enorm fantaseren en bedriegen. Ik niet. Iemand zei eens tegen mij: jij zou die non wel kunnen zijn, die haar in de gevangenis heeft verzorgd.’

‘In eerste instantie dacht ik dat ze onschuldig was en geen spion was geweest, op het moment dat ik me echt in haar ging verdiepen, geloofde ik niet meer in haar onschuld. En toen kwam de klad er een beetje in, wat mij betreft. Ik dacht, ik zit een spion na te bootsen. Ja, toen raakte ik wel even in een dip. Later dacht ik, ach wat maakt het ook uit.’

Haar tentoonstelling in het Fries Museum werd destijds wegens succes geprolongeerd.

net dat stapje verder

Actrice en danseres Tet Rozendal viel aanvankelijk vooral voor de danseres Mata Hari. Ze nam danslessen in Indonesië, maar in het Musée Guimet begon Mata Hari echt voor haar te leven. ‘Het tintelde in mijn hele lichaam. Ik kroop in haar, probeerde te voelen wat zij voelde, als vrouw die heel erg beperkt werd in wat zij kon. En ik dacht; als zij het durfde, moet ik ook meer durven en moediger in het leven staan. Ik identificeerde me met haar. Ik zat ook vast. Ze heeft me dat duwtje gegeven.’

 

Zoals Jan z’n Mata Hari society heeft en Conny haar miniaturen, zo dacht Tet ook na over wat ze ermee kon doen. Het werd een professionele theatervoorstelling. De castingdirecteur van Joop van de Ende was enthousiast, de componist ook. Ze gingen met haar in zee: ‘Met mij, een gewoon meisje uit Friesland.’ Ze toerde met 50 voorstellingen door Nederland.

‘Voor die voorstelling ben ik op zoek gegaan naar haar pijnpunt. Wat heeft het haar gekost om haar kind achter te laten. Als vrouw mocht ze niks. Zij was helemaal alleen op de wereld en wilde geld en macht krijgen om haar kind te kunnen opeisen.
Zij had als vrije vrouw keuzes gemaakt en geeft dat in mijn voorstelling ook aan Non, haar dochter, mee: als je je losmaakt van je angsten, ben je een vrije vrouw. Het is een universeel thema, het verhaal van alle vrouwen.’
Vertel eens Tet, vraag ik haar, hoe zou je Mata Hari in één zin beschrijven? Even denken. ‘Ze is een vrouw die andere vrouwen stimuleert om net dat stapje verder te gaan.’

Dit jaar toert Tet Rozendal tijdens de Mystery Tour door Europa. Met als hoogtepunt haar optreden in Musee Guimet in Parijs, de plek waar het voor Mata Hari allemaal begon. ‘Dat dat gelukt is, is een cadeau van Mata Hari voor mij.’

 

buitenlandse schrijvers

Een paar maanden geleden kwam er een verzoek uit Japan, via twitter. 井上篤夫 Of Atsuo Inoue me in Nederland kan komen interviewen. Eh … Japan? Mata Hari? Atsuo wie? Vier weken later zien we elkaar in Leeuwarden. We hebben afgesproken in de lobby van het Fries Museum: ‘Je herkent me zo, want ik zal wel de enige Japanner in het museum zijn.’ Als ik het plein oploop, zie ik links ineens een man met een witte pet al aan komen rennen. Atsuo Inoue. We gaan naar de Mata Hari zaal en ik vertel hem van alles over haar en over het boek van Sam Waagenaar, dat hij nu vijftig jaar na dato in het Japans vertaalt.

Atsuo is schrijver en journalist. Dat hij zich met Mata Hari bezighoudt is doodgewoon, vindt hij. Ze is tenslotte een van de beroemdste vrouwen ter wereld, nog steeds, ook in zijn land. Overal verschijnen nog steeds boeken over haar. Kijk maar eens naar ons boekenoverzicht van Mata Hari, dan zie je dat er heel veel internationale schrijvers zijn die een boek over haar hebben geproduceerd.

Atsuo schrijft, neemt op, maakt foto’s en vraagt me ’t hemd van ‘t lijf. Hoe wist hij dat ik met Mata Hari bezig ben? ‘Ik lees je blog’, zegt hij. Ja, ja, denk ik. ‘Echt waar.’ Na afloop van het interview geeft hij me drie boeken over Mata Hari, vertaald in het Japans. ‘Vooral het boek van Julie Wheelwright heeft in Japan heel veel discussie opgeleverd’, vertelt hij.

‘Dat wist ik niet’, reageert Julie als ik haar vertel over Atsuo. Ja, wel dat haar boek het internationaal goed heeft gedaan, maar discussie, in Japan?

Julie en ik hebben elkaar leren kennen door Mata Hari. Ik las haar boek De Fatale Minnares, Mata Hari en de mythe van de vrouwelijke spion en raakte geïntrigeerd door de manier waarop zij als historicus en schrijver, maar ook als vrouw tegen Mata Hari aan keek. Ze schreef niet de zoveelste biografie, maar zette haar neer in een heel andere context.

We spraken elkaar via Skype en ik zocht haar op in de City University of London, waar ze senior lecturer is en directeur van de master creative writing and publishing. Tijdens de lunch kwam het idee naar boven om in Londen een Mata Hari Seminar te organiseren met diverse sprekers. Een jaar later is alles in kannen en kruiken en stuurt ze me het programma voor 28 oktober. Tussendoor zagen we elkaar regelmatig, zaten we allebei in een discussieprogramma van BBC Radio, hield ik bij haar universiteit een praatje en kreeg ze bij het Fries Museum een rol als adviseur.

Bij haar begon de Mata Hari fascinatie zo: ‘Een vriend van me vroeg of ik wel eens het dossier van de National Archives over Mata Hari had gelezen. Ik begon er meteen aan en was zo geïntrigeerd door haar karakter. Haar verhoor door de Britse geheime dienst in november 1916 leek wel een raar toneelstuk. Het feit dat ze met tien koffers door Europa reisde terwijl de Eerste Wereldoorlog volop aan de gang was, maakte me ontzettend nieuwsgierig. Ik las diverse biografieën, zag de mythe en wilde erachter komen wat haar verhaal nu werkelijk betekende. Ook in relatie tot dit soort internationale vrouwen, die kennelijk een bedreiging betekenden omdat ze zo onafhankelijk waren.’

‘Ik zocht Sam Waagenaar op in Rome. Hij had toen al geregeld dat hij al zijn documenten en de plakboeken aan het Fries Museum zou verkopen. Hij was grappig. Aan de ene kant vond hij het leuk om met me over Mata Hari en zijn boek te praten, aan de andere kant was hij een brommerige oude man, die andere mensen allerlei processen aandeed omdat hij vond dat ze plagiaat pleegden.

Ik was de eerste die de documenten mocht inzien die hij gebruikt had voor zijn boek, in de jaren zestig. Daarna ging ik naar Vincennes, naar het archief en ik kreeg toegang tot de dossiers van de Metropolitain Police, hier in Londen. Zo kwamen alle stukjes van de legpuzzel bij elkaar.’

‘Ik keek ook naar de andere vrouwen die tijdens WO1 veroordeeld waren en het idee van de spion/verleidster kwam steeds verder naar boven. De mythe begint niet met Mata Hari, die was er daarvoor al, maar ze wordt er wel de belichaming van. Het is de Franse geheime dienst, in de persoon van kapitein Georges Ladoux, die haar suggereert haar talent als verleidster in te zetten en informatie te krijgen van andere geheime diensten. Ik had al een boek geschreven over vrouwen die als soldaat of marinier dienden in de militaire dienst (Amazones and Military Maids). Die twee kanten heb ik vergeleken en bekeken vanuit het feministisch perspectief.’

Tja, en dan is er ineens dat boek, bijna 25 jaar geleden. Ze is er trots op, haar argumentatie werd opgepikt door andere schrijvers. Haar eigen kijk op Mata Hari veranderde weer door de publicatie, vorig jaar bij Tresoar in Leeuwarden, van de brieven die ze schreef voordat ze naar Parijs afreisde. ‘Ik bewonderde haar al voor haar moed. En nu vind haar veel sympathieker, juist door die brieven. En zeg nou zelf, dat je gewoon zegt, ik ga naar Parijs, ik wil iemand zijn. Mijn God, willen we dat niet allemaal?’

Eén vraag zou ze haar nog wel willen stellen: ‘Waar kwam dat idee vandaan om te gaan spioneren? Het verhaal dat de Duitse consul in Amsterdam aan haar deur in Den Haag klopte en haar geld bood voor bepaalde inlichtingen, vind ik wat te simpel. Die vraag heeft ze denk ik nog steeds niet beantwoord, er moet meer aan de hand geweest zijn.’

Soms zit ze nog te dubben. Moest ze haar boek nu niet opnieuw uitgeven, zoals meer schrijvers doen? Vermoedelijk niet. De naam Marthe Richard valt steeds vaker, Ook zij werd door Ladoux ingehuurd als (dubbel)spion. Na de oorlog schreef ze haar memoires, ging de politiek in en kreeg het Legioen van Eer. Mata Hari kreeg de kogel.

koninklijke allure

Haar jurk waait alle kanten op aan boord van de Zeelandia. Haar petticoat zweeft zachtjes mee terwijl ze staat te flirten met officier Jan M. Vos. Haar ene voet is zichtbaar, de andere staat vermoedelijk dicht bij de zijne. Ze negeert het bord VERBODEN TOEGANG.

Dankzij Scotland Yard weten we precies wat Mata Hari allemaal bij zich had, aan boord van het schip. Ze werd op weg van Spanje naar Nederland aangehouden in Falmouth, aan de Engelse zuidkust en overgebracht naar Londen voor verhoor. Al haar spullen werden in beslag genomen. Ze kreeg ze later terug en moest er voor tekenen dat ze alles in bezit had en dat Scotland Yard niets achter had gehouden.

Het geeft ons een aardige inkijk hoe ze door Europa reisde. De pettycoat zat in een van de drie dikke hutkoffers. In totaal had ze tien stuks bagage, in allerlei soorten en maten. Tien! Maar ja, waar laat je anders je zes hoeden, vijf ochtendjassen, negen paar schoenen, zes paar slippers, drie paar laarzen, vijf sluiers, dertien jurken, zes rokken, 35 paar kousen, acht paar handschoenen en zes jassen. Laat staan al die andere spullen, veren, bontkragen, pakjes sigaretten, poederdonzen, juwelen, het Chinese theeservies en de vuile was.

Geen wonder dat het een drukte van belang was toen na haar dood de inboedel van haar huis aan de Nieuwe Uitleg 16 in Den Haag werd geveild. ‘Honderden ogen konden rondgluren naar al dit, dat der Zonde was. Het grote bad, nu stoffig en kil, het luxueuse bed en de zijden gewatteerde deken met het wapen der Zelles’, schreef de Leeuwarder Courant in januari 1918.

Toen ik na een kop koffie in het Haagse hotel Des Indes, waar ze regelmatig met mannen verkeerde, het huis bekeek, kon ik nergens de plaquette vinden die daar in 1982 was onthuld. ‘Een mysterieuze vrouw in een mysterieuze stad’, had  cabaretier Paul van Vliet nog geroepen toen hij het doek wegtrok en het bronzen reliëf zichtbaar werd.

Ik keek rond, waar was het gebleven? Ik zag alleen een herdenkingsbord met de mededeling dat actrice Fie Carelsen – die ooit in een jammerlijk geflopt toneelstuk Mata Hari had gespeeld - hier had gewoond. Tot ik het luik zag, links van de voordeur. Daarachter is de plaquette verborgen. Je ziet er niets van. Wat zou ze daar de pest over in hebben gehad.

Het is een van die kleine weetjes die je opdoet, als je de geschiedenis van Mata Hari uitpluist. En eigenlijk wemelt het daarvan. Zo was ik in het Stads Archief in Amsterdam – in de kluis van een voormalig bankgebouw - op zoek naar een foto van Mata Hari. En wie zag ik daar in dezelfde vitrine hangen? Koningin Wilhelmina. Samen in één vitrine met foto’s van de Amsterdamse fotograaf Jacob Merkelbach. Oh, wat zou de koningin er de P in hebben gehad als ze wist dat ze in een adem werd genoemd met Mata Hari. En zeker omdat Mata Hari er op de foto minstens zo koninklijk uitziet als de koningin zelf.

Het gerucht ging dat Prins Hendrik, Wilhelmina’s echtgenoot, wel eens bij Mata Hari op bezoek ging, in haar huis in de hofstad. In Duitsland beweerden enkele kranten dat ze zelfs hofdame was geweest bij de koningin. De Nederlandse minister van buitenlandse zaken jonkheer Loudon was er als de kippen bij om dit gerucht te ontzenuwen.

Maar Wilhelmina heeft zich wel eens met Mata Hari bemoeid. De danseres vroeg bij haar een vergunning aan om haar naam te mogen veranderen van Zelle in Van Zelle van Aalden. ‘H.M. heeft echter geen termen gevonden aan dit verzoek te voldoen’, meldt De Telegraaf, 13 januari 1909. In dit licht bezien mag het toch een wonder heten dat waar bij ons de koning op de postzegel staat, Mata Hari na haar dood ook eigen postzegels kreeg, in Italië en Spanje. Eindelijk koninklijke allure. En nu, in dit herdenkingsjaar, prijkt ze uitbundig op speciale postzegels van Sierra Leone, in Afrika.

Nog zo’n weetje - en geen gerucht - is het verhaal over Koningin Beatrix en Mata Hari. De koningin, op bezoek in het oude Fries Museum, liep de Mata Hari zaal, waar twee medewerkers klaar stonden om haar tekst en uitleg te geven, straal voorbij. Het was duidelijk. Een majesteit laat zich in niet met spionnen.

de man achter mata hari

We zitten in Rotterdam, vlakbij het station waar we later op de dag naar Parijs zullen vertrekken. Wij, dat zijn journalisten uit heel Nederland. Yves Rocourt doet z’n handschoenen aan, pakt het boek op en laat het aan ons zien. ‘Dit brengt de expositie naar een geheel nieuw niveau. Het laat zien hoe ze van haar kinderen hield.’

Rocourt is gastconservator van het Fries Museum, de man die verantwoordelijk is voor de tentoonstelling Mata Hari, de mythe en het meisje die in oktober begint. En het boek is het baby album Ons Kindje van de jonge moeder Margaretha Zelle over haar kinderen Norman en Non.

De volgende ochtend legt hij de verzamelde journalisten in het archief in Parijs uit wat er straks in Leeuwarden allemaal te zien is aan documenten. We drommen rond de tafel waar een deel van het dossier ligt. Het is ‘buitengewoon’ dat we dit in het echt mogen zien, verzekert de Franse archivaris Hélène Guillot. Rocourt heeft z’n handschoenen in het hotel gelaten. Aanraken is er hier helemaal niet bij. Wie alleen maar naar het dossier wijst, krijgt een bestraffende blik van Hélène en haar collega’s.

Tja, dat baby album. Waarin ze zinnetjes schreef als ‘Ons popje dat voor het eerst naar buiten mag en weldra in slaap valt.’ Je kunt je haast niet voorstellen dat het dezelfde vrouw is als de spionne die ter dood wordt veroordeeld. Of andersom.

Voor Yves Rocourt is het album de ommekeer in zijn oordeel over Margaretha Zelle.

Op basis van wat het museum in de collectie had kwam ze eerder over als een kille, koude moeder die haar tienerdochter schrijft: ‘Ik heb het recht als moeder om je dit te vragen.’ En dat ‘dit’ is dan een mogelijke ontmoeting. En zo ontroerend als ze over haar babies schrijft, zo mogelijk nog ontroerender is de stilte die valt als Norman, hun oudste, op z’n 2e sterft. Het album blijf leeg, haar huwelijk strandt en de rest is geschiedenis.

Deze vondst en die van de brieven die Margaretha tijdens haar scheiding schreef - in de aanloop naar haar vertrek naar Parijs en de ‘geboorte’ van Mata Hari - hebben de toon van de tentoonstelling grondig veranderd. Mata Hari, de mythe en het meisje probeert een beeld te geven van haar leven. ‘We volgen haar steeds door haar hele leven en blijven zo dicht mogelijk bij haar. En we proberen antwoord te geven op vragen, maar bij Mata Hari moet je altijd heel goed opletten, of het wel klopt wat ze zegt.’

Als masterstudent geschiedenis kwam Yves Rocourt het Fries Museum binnen, nadat hij als stagiaire onderzoek naar Mata Hari had gedaan voor de documentaire The Naked Spy. Hij begon met het inventariseren van de slapende Mata Hari collectie van het museum, brieven, documenten, foto’s, verslagen. Z’n contract werd verlengd en vorig jaar werd hij gevraagd gastconservator te worden. Dan heb je het ergens over!

Hij kijkt naar de schema’s die aan de wand van de werkkamer hangen. Vellen vol aantekeningen, met flarden van zinnen als stop mij te volgen/op weg naar arrestatie en info onderzeeboot Marokko/weg uit Madrid, reden onbekend, die het scenario vormen van de tentoonstelling. Het is moeilijker dan het lijkt. Haar leven was enorm complex en dat geldt ook voor het in elkaar zetten van een expositie als deze. Over zes zalen wordt haar vertaal verteld, de bezoeker valt met de deur in huis in zaal 1, waar Mata Hari wordt verhoord door de Franse geheime dienst, die haar van dubbelspionage verdenkt.

‘Mag je haar?’, vraag ik hem. ‘Dat is een lastige vraag, ik weet het niet. Ze is een heel interessant mens, maar ze blijft ongrijpbaar. Ik bewonder haar ook wel, ze had geen gemakkelijk leven, met veel ups en downs, dat is ook de rode draad door de tentoonstelling. Ze heeft heel veel meegemaakt in haar korte leven, pa failliet, pa en ma gescheiden, pa weg, ma dood, ze was toen nog maar een puber. En later als het haar goed gaat, stort daarna alles weer in. Maar ze gaat door, steeds maar weer. Anderen zouden dat niet trekken. Dat is toch heel knap van haar.’

Stel, Yves, dat je haar nog één vraag mocht stellen? Wat zou die dan zijn? Het antwoord komt meteen: ‘Wat heeft je in godsnaam bezield om tijdens de eerste wereldoorlog niet gewoon in het neutrale Nederland te blijven? Je had gewoon kunnen wachten tot de oorlog voorbij was en daarna had je kunnen doen en laten wat je wilde. Oké, Den Haag was misschien een dorp ten opzichte van Parijs, suf en saai. Maar’ - z’n stem daalt – ‘het was tenminste VEILIG.’  

De meest opmerkelijk aanwinst noemt hij het ‘document nr. 1’, waarin ze officieel dood (MORT!) wordt verklaard. Met als goede tweede het album en de andere stukken die het museum op de veiling van De Zwaan in Amsterdam kon kopen, waaronder de broche die Mata Hari voor haar dood aan een kennis, Justin Herre gaf, met de vraag om ‘m door te geven aan Non. Pas veel later kwam de broche naar Nederland. Te laat, Non was toen al dood. Op de veiling klonk een zacht geroezemoes toen veilingmeester Babette van den Brink dit verhaal vertelde.

Yves Rocourt was er zelf niet bij in Amsterdam, hij zat duimen te draaien in Leeuwarden. Tot het verlossende telefoontje kwam: ze hadden 14 van de 17 stukken te pakken. Daar werd hij toch even stil van.

friesland huilde niet

De Leeuwarder Courant hield het kort: ‘Mata Hari is gisterochtend gefusilleerd. Tegen vijf uur in den ochtend kwam een auto Mata Hari aan de gevangenis Saint Lazare halen. Twee pleegzusters, pastoor Darbous en twee inspecteurs van de veiligheidsdienst namen met de veroordeelde daarin plaats. De terechtstelling geschiedde in het polygoon van Vincennes. Zij weigerde zich te laten blinddoeken. Het stoffelijk overschot is op het kerkhof van Vincennes begraven. Mata Hari heeft een pak brieven voor haar verdediger achtergelaten.

Zo, daar moest Friesland het mee doen. Afgezien van de fouten – haar lijk werd niet begraven, maar ter beschikking gesteld aan de wetenschap, ze schreef drie brieven en geen heel pak, Darbous  heette Arboux – was dit alles. Geen verwijzing naar Margaretha Zelle, niet naar Leeuwarden, haar geboorteplaats waar ze bijna vijftien jaar had gewoond. Terwijl de Leeuwarder Courant bij haar debuut als danseres wel een ronkende recensie had overgenomen van de Nieuwe Courant.

‘Schaamde Leeuwarden zich een beetje voor de spionne, wier schandelijke praktijken haar voor een Frans vuurpeloton brachten?’, vraagt journalist H.W. Keikes zich af in het boek Het meisje Mata Hari dat hij in 1974 schreef.

Die schaamte bleef lang hangen. Er werd genoeg over haar gefluisterd, maar een beetje trots? Nee. Eigenlijk was het niet alleen schaamte, maar ook afkeer, aversie, net als in mijn eigen familie waar de ene tante haar ophemelde en de andere haar haatte, omdat ze een hoer was, zei ze, en ook nog een spion.

Het was een buitenstaander die het tij min of meer keerde. Sam Waagenaar, de man die haar plakboeken te pakken kreeg, vond dat er maar eens een einde moest komen aan Margaretha Zelle als het zwarte schaap van Friesland. Hij maakte zich sterk voor een standbeeld van Mata Hari in Leeuwarden, samen met Keikes en een paar anderen. In 1976 werd het onthuld. Veel mensen vonden het niks, de middenstand voorop, nee niet het beeldje zelf – alhoewel dat ook niet de schoonheidsprijs verdiende – maar het feit dat het er stond. ‘Ze zeiden ‘”Hoe kan je je imago nu ophangen aan zo’n sloerie” vertelde VVV-directeur Kooijman later.’

En nu wordt ze gekoesterd als het Friese meisje dat wereldberoemd werd. Maar dan denk je: hoe Fries was ze nu eigenlijk?

Oké, ze werd er geboren, ze zat er op school, maar op haar 15e ging ze er weg en kwam er nooit meer terug. In haar brieven heeft ze het zelden of nooit over haar jeugd in Leeuwarden. Meer dan een enkele zin ‘uit mijn jeugd heb ik niets dan aangename herinneringen’ kom ik niet tegen.

Op de middelbare meisjesschool van directrice Rebecca Plaat leerde ze Frans, geen Fries. Ze was een buitenbeentje, dat als kind in een bokkenwagentje reed, samen met haar broertjes. Ze had mooiere jurken aan dan haar klasgenoten. ‘Bij een zangles droeg Margreet een roodfluwelen jurk, iets ongehoords in die dagen en haar zwarte haren had ze tot een hoge kuif omhoog gekamd’, herinnerde klasgenote Ybeltje Hoogslag zich. De weinige vriendinnetjes die ze had, zag ze daarna nooit meer.

Nee, dan Doutzen Kroes, honderd jaar later net zo’n internationaal icoon als Mata Hari, nog steeds een Fries meisje en ambassadeur van PraatMarFrysk.nlZe mailt, skriuwt en smst ek yn it Frysk, vertelt ze in een filmpje voor Omrop Fryslân. En kijk eens hoe ze daar op de cover van Vogue staat, bij het jubileumnummer, een paar maanden geleden.

Helemaal in d’r blootje en in innige omhelzing met Lara Stone, een andere Nederlands fotomodel. ‘Lara heeft die geweldige borsten en Doutzen die geweldige kont, perfect samen’, voegde fotograaf Mario Testino er aan toe. Ligt iemand wakker van twee blote en elkaar strelende vrouwen? Nee natuurlijk, het nummer vloog de winkels uit. Met dank ook aan Doutzens knuffelgehalte, waar Mata niet aan kan tippen.

Toen Doutzen nog op de lagere school zat, kreeg het Fries Museum een Mata Hari zaal. Plannen voor een compleet Mata Hari museum waren op niets uitgelopen, maar de zaal was een mooi alternatief. Conservator Gerk Koopmans – die een vergeefse poging deed om het proces heropend te krijgen zodat Mata Hari gerehabiliteerd kon worden - schakelde twee kunstenaars in om er een sfeervolle zaal van te maken, die recht deed aan die fameuze vrouw uit Leeuwarden.

Intussen hangt ze in het Historisch Centrum Leeuwarden pontificaal tussen andere beroemde Friezen, kun je een Mata Hari wandeling maken in het centrum van de stad, is er een Mata Hariplein, ligt er vlakbij Leeuwarden een Margaretha Zelle Akwadukt (een Akwadukt! ’t Is maar goed dat ze dat niet weet), komt er een grote tentoonstelling en worden 15 oktober ’s morgens om kwart over zes de klokken geluid in Huizum, ter nagedachtenis aan haar executie.

Friesland huilt een beetje, honderd jaar na dato.

in de cel

Het is druk op de Champs-Elysées. Ik sta voor nr. 103, een groot, chique kantoorpand, op de hoek met de rue Bassano. Ik kijk naar boven, naar de eerste etage en ga in gedachten terug in de tijd. Het is 13 februari 1917. Zes mannen stappen het Elysée Palace Hotel in Parijs binnen. Het zijn politiecommissaris Albert Priolet en de vijf inspecteurs Mercadier, Curnier, Desloyères, Génelin en Frisou. Ze kloppen op de deur van kamer 131.

Mata Hari doet open. Priolet vertelt haar dat ze wordt beschuldigd van spionage voor de vijand. Ze doorzoeken haar kamer en badkamer. Alles wat ze heeft wordt in beslag genomen. Ze wordt meegenomen en voorgeleid aan kapitein Bouchardon, rapporteur van de krijgsraad. Er worden foto’s van haar genomen. Het eerste verhoor begint.

Ik sla het Dossier Secret du Conseil de Guerre (geheime dossier van de krijgsraad) open. Een dik boek met rapporten, brieven en verslagen van haar proces, bij elkaar gebracht door de Franse uitgever Jean-Pierre Turbergue. Ik heb net ontdekt dat het ook online is gepubliceerd en heb er een paar verhalen voor kranten over geschreven. Maar hier in Parijs, op de Champs-Elysées wil ik weten hoe haar laatste maanden in gevangenis Saint-Lazare zijn geweest.

Ze wordt in een donkere cel gegooid, vol ongedierte, waar de ratten vrij spel hebben. ‘Zij is zeer geëmotioneerd en nerveus’, noteert dokter Jules Soquet, nadat hij haar heeft onderzocht. ’Ze heeft bloed opgegeven, vertelde ze me. Ze menstrueert, maar haar hart en longen zijn in orde, ze heeft geen koorts. Ze kan een verhoor aan. Maar het zou beter zijn als ze een cel krijgt met iets meer licht en frisse lucht.’

‘Kapitein’, schrijft ze aan Bouchardon, haar ondervrager, ‘mijn bedoelingen zijn oprecht en ik bid u om mij niet langer gevangen te houden. Dat verdien ik niet.’

‘Kapitein. Ik heb u gevraagd om een beetje geld en u heeft me nog niets gegeven. Het meest noodzakelijke wordt mij onthouden, zelfs postzegels voor de brieven aan mijn advocaat. Ik bid u, laat me niet zo aan mijn lot over.’

‘Ik kan er niet meer tegen. Ik heb frisse lucht en beweging nodig. Ik kan hen er niet van weerhouden om mij te vermoorden, maar het heeft geen zin om mij onnodig te laten lijden. Het wordt mij te veel.’

‘Ik huil voortdurend, u hebt me te zeer laten lijden. Ik ben volslagen gek. Ik smeek u: maak hier een einde aan. Ik ben een vrouw. Dit gaat mijn krachten te boven.’

‘Ik heb vlekken op mijn lichaam. Wil hij me dood hebben? Moet ik me zelf doden?’

‘De vrouw Zelle heeft geen koorts. Wel komt de syfilis waarvoor ze een behandeling heeft gekregen toen ze in Saint-Lazare kwam, weer opzetten.’

‘Mijn advocaat heeft u gevraagd mij een foto te geven van kapitein Massloff. Ik hoop, luitenant, dat u me dat niet weigert.’

‘Wij krijgen zulke vieze rijst te eten dat honden het zouden weigeren…. De bedden zitten vol ongedierte. Ik heb de hele dag honger. Waarom, luitenant, laat u mij zo lijden? U kunt me ondervragen, maar ik ben nog altijd een vrouw.’

Het is inmiddels 25 juli 1917. De krijgsraad legt haar de doodstraf op. Ze kan het niet geloven. ‘C’est impossible. Het is niet mogelijk.’

Ik neem de metro naar Vincennes. Saint-Lazare is al lang geleden gesloopt, daar vind ik haar voetsporen niet terug. Wel in Vincennes, waar ze op de ochtend van 15 oktober 1917 wordt doodgeschoten. Ik loop achter het kasteel langs, naar de plek waarvan ik vermoed dat het daar moet zijn gebeurd.

Die 15e oktober wordt ze vroeg gewekt. Ze heeft goed geslapen, dankzij de dubbele dosis slaapmiddel die gevangenisarts dr. Bizard haar had gegeven, voordat hij haar een goede nacht wenste. Ze zit op de rand van haar bed en kleedt zich zorgvuldig aan. Kousen, een grijze japon, lange handschoenen, halve laarsjes en een driekantige hoed. Brizard biedt haar vlugzout aan. Ze slaat het af.

Ze lopen door een lange gang, ‘waar de ratten tussen onze voeten doorschoten’, schrijft Bouchardon later in zijn memoires.

‘Wees niet bang, zuster Léonide’, zegt ze. ‘Ik zal weten te sterven zonder te wankelen. U gaat een mooie dood zien.’

De twaalf militairen leggen aan en schieten. Ze zakt in elkaar.

Wachtmeester Petoy loopt naar haar toe en geeft haar het genadeschot.

Soldaat Paul Koenig, een van de twaalf leden van het executiepeloton, zei later: ‘Ik heb heel wat executies meegemaakt, maar deze was voor mij de meest aangrijpende, de meest waardige.’

Rudolph MacLeod, bijna zeshonderd kilometer verderop in Velp: ‘Wat ze ook heeft gedaan in haar leven, dit heeft ze niet verdiend.’

Ik ga terug naar mijn hotel, verdrietig.

 

over spionnen

‘Tussen jou en mij gesproken en gezwegen – er was nog niet genoeg [bewijs] om haar zelfs maar op de bon te slingeren.’

Moet je je voorstellen. Ben je doodgeschoten omdat ze vinden dat je de dood van (misschien wel) vijftigduizend man op je geweten hebt en dan blijkt dat ze in feite geen flintertje bewijs hadden. Feiten verdraaid, dingen verzonnen, tegen de klippen op. Plus je eigen stommiteiten natuurlijk, had je maar gewoon de waarheid verteld, zonder al die theatrale franje.

De man die dat van die bon zei, was niet de eerste de beste: luitenant André Mornet, openbaar aanklager. Mata Hari was misschien wel de grootste spionne van deze eeuw, zei hij tijdens het proces achter gesloten deuren. Woorden naar het hart van Georges Ladoux, hoofd van de Franse geheime dienst, de man aan wie ze haar arrestatie te danken had en die vier dagen na haar executie zelf werd aangehouden op verdenking van spionage.

Ik moet vaak aan Non denken, die haar moeder sinds haar zesde niet meer had gezien. Mijn lieve Nonnie, zoals haar mama altijd zei. Mama, die haar in Nederland had achtergelaten en jaren later geprobeerd had om haar stiekem van school op te halen en mee te nemen naar Parijs. Mama, die haar een brief heeft geschreven vlak voor haar dood, een brief die ze nooit heeft ontvangen, waar ze naar gezocht moet hebben.

Non woonde al die jaren, dat haar moeder in het buitenland zat, bij haar vader, die twee keer hertrouwde. Twee keer kreeg ze een nieuwe stiefmoeder. Haar vader trouwde voor de derde en laatste keer op 3 oktober 1917, twaalf dagen voor de executie van haar moeder. Non, geboren in Nederlands-Indië, besloot in 1919 een baan als onderwijzeres aan te nemen in haar geboorteland. Zover kwam het niet, 10 augustus werd ze ’s morgens dood gevonden in haar bed, vermoedelijk door een hersenbloeding.

Hoe voelt dat als je moeder wordt uitgemaakt voor dubbelspion? Vraag het Mona, die 25 jaar lang een brievenrubriek had in het weekblad Story. Haar moeder, Leonie Brandt-Pütz, was ook een dubbelspion, maar dan ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Ze was van een heel andere klasse dan Mata Hari. Ze werkte zowel voor de inlichtingendienst van de Nederlandse rijksrecherche als voor de Gestapo.

Vergeleken bij haar lijkt Mata Hari een onnozel dorpswicht, schreef Gerard Aalders van het NIOD op de achterflap van zijn boek Leonie. Het intrigerende leven van een Nederlandse dubbelspionne.
Loek Kessels, want zo heet Mona, schreef het boek Een kusje op je ziel over haar moeder, die zwaar aan de drank was en haar dochter terroriseerde. Ze was een jaar of 14 toen ze hoorde dat haar moeder spion geweest was. ‘Het zei me niet zoveel, eerlijk gezegd, al klonk het natuurlijk wel interessant.’

Mata Hari werd doodgeschoten, Leonie Brandt werd twee keer gevangen genomen door de Duitsers en overleefde het concentratiekamp Ravensbrück. Mata Hari werd wereldberoemd, Leonie Brandt nauwelijks. Beiden wilden ze in de schijnwerpers staan, beiden waren artiest (actrice en danseres), beiden leefden in een fantasiewereld.

Loek Kessels kan zich niet herinneren dat haar moeder ooit iets aardigs over haar heeft gezegd. Non MacLeod daarentegen werd als kleuter door haar moeder vertroeteld. ‘Sla mama niet’, riep ze huilend, toen MacLeod zijn echtgenote weer eens een draai om de oren gaf. Maar wat Non gedacht en gevoeld heeft toen haar moeder door het vuurpeloton werd gedood? We weten het niet. Zou ze geloofd hebben dat haar moeder een die hard spion was? Geen idee. De kranten namen de holle rethoriek van de aanklager in die tijd klakkeloos over, ook de Nederlandse.

Je hebt spionnen en je hebt spionnen.

‘Technisch gezien was ze een spion’, vertelde schrijver en uitgever Jean-Pierre Turbergue toen we met een groep journalisten aan z’n lippen hingen tijdens een bezoek van het Fries Museum aan Vincennes, vlakbij de plek waar ze werd doodgeschoten. ‘Maar’, voegde hij eraan toe, ‘je kreeg de kogel al als je met de vijand sprak.’

Toen de Fransman begon te graven in het dossier van Mata Hari en doos 1 opende werd hij er misselijk van. Een Nederlands meisje doodschieten? Haar als een beest behandelen? Bij doos 2 dacht hij, hm, ze zou wel eens terecht veroordeeld kunnen zijn. Doos nr. 3 bracht hem weer een beetje in balans, maar wat hij las, wakkerde het vuur aan dat hier een geweldig verhaal, een fantastisch stuk geschiedenis in zat.

Als directeur van een uitgeverij had hij zelf de tijd niet om het allemaal uit te zoeken. Dus schakelde hij geschiedschrijver Léon Schirmann in en samen gingen ze aan de slag met het uitpluizen van het geheime Franse dossier. Hun conclusie: de bewijslast rammelde aan alle kanten. Mata Hari was het slachtoffer geworden van een lastercampagne en propaganda oorlog, zo legden ze in het Grand Hotel in Parijs uit aan journalisten uit 48 verschillende landen. Er zat maar één ding op: vragen om heropening van het proces  De Franse minister van justitie gaf niet thuis, ook later niet toen een tweede poging werd ondernomen, samen met de Stichting Mata Hari uit Leeuwarden. Eerherstel zat er niet in.

En daar zitten we nu. Met een geschiedenis die na honderd jaar nog springlevend ls. Kijk, daar staat ze in de top tien van beroemdste en gevaarlijkste spionnen. Beroemd? Ja. Gevaarlijk? Nee, nooit geweest ook. Je kunt de stukken lezen. Het Franse dossier staat al lang op internet, andere archieven ook.

Eigenlijk zit alles in die ene zin van Jean-Pierre Turburgue in Parijs.

‘Hou het mysterie levend, ze verdient het’.

Dit is het 23e en laatste blog op onze website over Mata Hari.

Deze blogs zijn gebundeld in het boek Mijn Mata Hari, dat binnenkort in de boekhandel en de winkel van het Fries Museum te koop is.

- Hanneke Boonstra

© fries museum - alle rechten voorbehouden disclaimerprivacybeleid