ze hield ons allemaal voor de gek

Als er één man is geweest die zich heeft ingegraven in het leven van Mata Hari, dan is het Sam Waagenaar. Een bijzondere man. Schoenenverkoper, acteur, publiciteitsman, schrijver, journalist, operazanger, fotograaf, organisator, avonturier, vrouwenliefhebber, levensgenieter. Een handige jongen, ijdel, uitbundig, optimistisch, aanstekelijk, altijd in het middelpunt van de belangstelling. Een joodse Amsterdammer, die vrijwel z’n hele leven in het buitenland woonde: New York, Parijs, Rome, Berlijn.

Sam Waagenaar met de Franse versie van zijn Mata Hari boek

Filmer Pim Zwier raakte gefascineerd door Waagenaar en maakte een film over hem, Never a dull moment. In het radioprogramma Nooit meer slapen vertelt Waagenaar zijn levensverhaal. Hoe hij als acteur in de Tweede Wereldoorlog in Amerikaanse films rollen kreeg als SS-er, terwijl zijn ouders in concentratiekamp Auschwitz zaten - dat ze niet overleefden.

Speel video af

Trailer Never a Dull Moment

Hij laat ook zien hoe de fotograaf Waagenaar met de Amerikaanse troepen meereisde naar Normandië, daar D-Day meemaakte en foto’s maakte van de bevrijding van Parijs. Vijftien jaar later maakte hij het fotoboek Vrouwen van Rome, later gevolgd door Vrouwen van Israël en andere fotoboeken.

Waagenaar kwam Mata Hari op het spoor toen hij als publiciteitsman werkte bij filmmaatschappij MGM. Daar werd in 1931 een draak van een speelfilm over Mata Hari gemaakt, met Greta Garbo – toen de bekendste filmster ter wereld – in de hoofdrol.

Hij ging op bezoek bij Anna Lintjes, de oude dienstbode van Mata Hari. Met gevoel voor drama schrijft hij in zijn boek: ‘We keken elkaar aan. Haar gezicht stond ernstig en haar oude handen lagen gevouwen op haar schone schort. “Dit heb ik nog wel”, zei ze. Ik nam de boeken van haar aan. “Zijn dit…?”, vroeg ik, maar ik maakte de zin niet af. “Neem ze mee”, zei ze. “Op de een of andere manier voel ik dat ik u kan vertrouwen.”' En zo kwam hij in bezit van twee dikke plakboeken. Hij was meteen verkocht en ging op zoek naar haar verleden, waarvoor hij in de archieven dook en allerlei mensen interviewde die haar nog hadden gekend, onder wie haar broers.

Toen ik voor het eerst te horen kreeg dat ik familie van Mata Hari zou zijn, kocht ik meteen zijn boek, dat in 26 vertalingen de hele wereld overging. Eigenlijk schreef hij twee boeken. Het eerste, Moord op Mata Hari, waarin hij haar onschuld vaststelde en de tweede versie, Mata Hari niet zo onschuldig, waarin hij z’n mening op basis van nieuwe gegevens enigszins bijstelde.

Later gaf hij z’n hele Mata Hari archief aan het Fries Museum, inclusief de plakboeken. Toen ik samen met Yves Rocourt, gastconservator van de komende tentoonstelling in het Fries Museum, het archief uit de kast haalde, bezweken we bijna onder alle papieren: 57 mappen, opgeborgen in kartonnen dozen.

Brieven en kaarten uit de hele wereld zitten erin. Manuscripten voor een toneelstuk dat er nooit kwam. Vragen voor interviews, recensies van zijn boek: ‘Sam Waagenaar heeft meer gedaan dan wie dan ook om de waarheid over haar te vertellen’ (Times Literary Supplement).

Naarmate ‘Mr. Mata Hari’ ouder werd, werd hij ook wat ongemakkelijker. Hij sleepte schrijver Jan Brokken voor de rechter wegens plagiaat, maar verloor grandioos. Dat grapje kostte hem veel geld. Het was niet het enige proces. ‘Die Waagenaar dacht echt dat Mata Hari zijn eigendom was”, vertelt Brokken. Toen schrijver Julie Wheelwright hem wilde interviewen voor haar boek over Mata Hari, bromde hij dat dat nergens voor nodig was omdat hij hèt boek al geschreven had.

En met Gerk Koopmans, toen conservator van het Fries Museum, kreeg hij het aan de stok over zijn schenking. Het ging over geld en dat had hij in z’n nadagen hard nodig om een beetje te kunnen leven in het Rosa Spier Huis in Laren, een tehuis voor oudere kunstenaars.

Mopperig was hij toen, maar ja, neem dat een met zijn gezondheid tobbende man van 85 maar eens kwalijk. ‘Het waren zware onderhandelingen en hij voelde zich tekort gedaan, daar was hij zeer verbolgen over’, herinnert Gerk Koopmans zich. ‘Maar we hebben gelukkig ook gelachen.’

Sam Waagenaar stierf op z’n 89e, in 1997. Hij was een jochie van 9 toen Mata Hari werd gefusilleerd. Vanaf z’n 23e, toen hij de plakboeken te pakken kreeg, was hij door haar gefascineerd. Zijn verklaring: ‘Ze is de enige vrouw in mijn leven die gespioneerd heeft. Ze hield ons allemaal voor de gek. Er is geen tweede persoon in de wereld, wiens naam zo geassocieerd wordt met spionage als die van haar.’