over spionnen

‘Tussen jou en mij gesproken en gezwegen – er was nog niet genoeg [bewijs] om haar zelfs maar op de bon te slingeren.’

Moet je je voorstellen. Ben je doodgeschoten omdat ze vinden dat je de dood van (misschien wel) vijftigduizend man op je geweten hebt en dan blijkt dat ze in feite geen flintertje bewijs hadden. Feiten verdraaid, dingen verzonnen, tegen de klippen op. Plus je eigen stommiteiten natuurlijk, had je maar gewoon de waarheid verteld, zonder al die theatrale franje.

De man die dat van die bon zei, was niet de eerste de beste: luitenant André Mornet, openbaar aanklager. Mata Hari was misschien wel de grootste spionne van deze eeuw, zei hij tijdens het proces achter gesloten deuren. Woorden naar het hart van Georges Ladoux, hoofd van de Franse geheime dienst, de man aan wie ze haar arrestatie te danken had en die vier dagen na haar executie zelf werd aangehouden op verdenking van spionage.

Ik moet vaak aan Non denken, die haar moeder sinds haar zesde niet meer had gezien. Mijn lieve Nonnie, zoals haar mama altijd zei. Mama, die haar in Nederland had achtergelaten en jaren later geprobeerd had om haar stiekem van school op te halen en mee te nemen naar Parijs. Mama, die haar een brief heeft geschreven vlak voor haar dood, een brief die ze nooit heeft ontvangen, waar ze naar gezocht moet hebben.

Non woonde al die jaren, dat haar moeder in het buitenland zat, bij haar vader, die twee keer hertrouwde. Twee keer kreeg ze een nieuwe stiefmoeder. Haar vader trouwde voor de derde en laatste keer op 3 oktober 1917, twaalf dagen voor de executie van haar moeder. Non, geboren in Nederlands-Indië, besloot in 1919 een baan als onderwijzeres aan te nemen in haar geboorteland. Zover kwam het niet, 10 augustus werd ze ’s morgens dood gevonden in haar bed, vermoedelijk door een hersenbloeding.

Hoe voelt dat als je moeder wordt uitgemaakt voor dubbelspion? Vraag het Mona, die 25 jaar lang een brievenrubriek had in het weekblad Story. Haar moeder, Leonie Brandt-Pütz, was ook een dubbelspion, maar dan ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Ze was van een heel andere klasse dan Mata Hari. Ze werkte zowel voor de inlichtingendienst van de Nederlandse rijksrecherche als voor de Gestapo.

Vergeleken bij haar lijkt Mata Hari een onnozel dorpswicht, schreef Gerard Aalders van het NIOD op de achterflap van zijn boek Leonie. Het intrigerende leven van een Nederlandse dubbelspionne.
Loek Kessels, want zo heet Mona, schreef het boek Een kusje op je ziel over haar moeder, die zwaar aan de drank was en haar dochter terroriseerde. Ze was een jaar of 14 toen ze hoorde dat haar moeder spion geweest was. ‘Het zei me niet zoveel, eerlijk gezegd, al klonk het natuurlijk wel interessant.’

Mata Hari werd doodgeschoten, Leonie Brandt werd twee keer gevangen genomen door de Duitsers en overleefde het concentratiekamp Ravensbrück. Mata Hari werd wereldberoemd, Leonie Brandt nauwelijks. Beiden wilden ze in de schijnwerpers staan, beiden waren artiest (actrice en danseres), beiden leefden in een fantasiewereld.

Loek Kessels kan zich niet herinneren dat haar moeder ooit iets aardigs over haar heeft gezegd. Non MacLeod daarentegen werd als kleuter door haar moeder vertroeteld. ‘Sla mama niet’, riep ze huilend, toen MacLeod zijn echtgenote weer eens een draai om de oren gaf. Maar wat Non gedacht en gevoeld heeft toen haar moeder door het vuurpeloton werd gedood? We weten het niet. Zou ze geloofd hebben dat haar moeder een die hard spion was? Geen idee. De kranten namen de holle rethoriek van de aanklager in die tijd klakkeloos over, ook de Nederlandse.

Je hebt spionnen en je hebt spionnen.

‘Technisch gezien was ze een spion’, vertelde schrijver en uitgever Jean-Pierre Turbergue toen we met een groep journalisten aan z’n lippen hingen tijdens een bezoek van het Fries Museum aan Vincennes, vlakbij de plek waar ze werd doodgeschoten. ‘Maar’, voegde hij eraan toe, ‘je kreeg de kogel al als je met de vijand sprak.’

Toen de Fransman begon te graven in het dossier van Mata Hari en doos 1 opende werd hij er misselijk van. Een Nederlands meisje doodschieten? Haar als een beest behandelen? Bij doos 2 dacht hij, hm, ze zou wel eens terecht veroordeeld kunnen zijn. Doos nr. 3 bracht hem weer een beetje in balans, maar wat hij las, wakkerde het vuur aan dat hier een geweldig verhaal, een fantastisch stuk geschiedenis in zat.

Als directeur van een uitgeverij had hij zelf de tijd niet om het allemaal uit te zoeken. Dus schakelde hij geschiedschrijver Léon Schirmann in en samen gingen ze aan de slag met het uitpluizen van het geheime Franse dossier. Hun conclusie: de bewijslast rammelde aan alle kanten. Mata Hari was het slachtoffer geworden van een lastercampagne en propaganda oorlog, zo legden ze in het Grand Hotel in Parijs uit aan journalisten uit 48 verschillende landen. Er zat maar één ding op: vragen om heropening van het proces  De Franse minister van justitie gaf niet thuis, ook later niet toen een tweede poging werd ondernomen, samen met de Stichting Mata Hari uit Leeuwarden. Eerherstel zat er niet in.

En daar zitten we nu. Met een geschiedenis die na honderd jaar nog springlevend ls. Kijk, daar staat ze in de top tien van beroemdste en gevaarlijkste spionnen. Beroemd? Ja. Gevaarlijk? Nee, nooit geweest ook. Je kunt de stukken lezen. Het Franse dossier staat al lang op internet, andere archieven ook.

Eigenlijk zit alles in die ene zin van Jean-Pierre Turburgue in Parijs.

‘Hou het mysterie levend, ze verdient het’.

Dit is het 23e en laatste blog op onze website over Mata Hari.

Deze blogs zijn gebundeld in het boek Mijn Mata Hari, dat binnenkort in de boekhandel en de winkel van het Fries Museum te koop is.

- Hanneke Boonstra

Mata Hari