god wat ben ik hier begonnen

November 2016. De Thalys rijdt het Gare du Nord in Parijs in. In de trein heb ik nog wat zitten lezen in de brieven van Margaretha MacLeod-Zelle: ‘Waarom ik naar Parijs ging, ja, ik kreeg een oogenblik van wanhoop’, schreef ze in november 1903 aan de neef van haar man.

‘Toen de trein Parijs naderde en ik alleen voor het eerst van mijn leven aan het Gare du Nord stond dacht ik een moment “God wat ben ik hier begonnen met bijna geen geld”. Maar tegelijk met die gedachte kwam den courage en ik dacht “en avant”’.

Met de bus ga ik naar het luxe Intercontinental Grand Hotel, naast de schitterende Opéra Garnier. Philippe Lesigne, die de scepter zwaait over de conciërges, wacht al op me. ‘Ah, madame, u bent van Mata Hari.’

Ik had hem gemaild dat ik graag de kamers wilde zien waar ze na een grote carrière het laatste jaar van haar leven woonde en waar ze zeven maanden werd geschaduwd. Ze verdachten haar toen al van spionage.

Lesigne heeft ontzettend z’n best gedaan om de kamers te vinden, maar ‘helas’, het hotel is grondig verbouwd en de nummering is heel anders dan toen. Maar hij gaat me graag voor naar de suites waar ze gewoond had kunnen hebben.
Als mijn Frans toch wat minder toereikend blijkt voor een vloeiend gesprek, gaat hij moeiteloos over in het Engels.

We lopen door eindeloze gangen, van deur tot deur belegd met tapijt, in totaal 5 kilometer lang, vertelt hij glimlachend. Hij leidt me naar de wintertuin, waar ze vaak zat te eten en brieven schreef.

Naar de salon waar ze soms piano speelde. Naar de geweldige balzaal, die nog helemaal intact is en waar nu Chinezen zich inschrijven voor een symposium. Philippe Lesigne neemt alle tijd, gaat glimlachend op de foto, beantwoordt vragen.

We komen weer terug in de hal. Hier zaten de twee politiemannen Tarlet en Monier die haar schaduwden, dag in dag uit, blocnote in de aanslag. Ze reden achter haar aan door Parijs, soms verloren ze haar uit het oog, omdat ze niet zo snel een taxi of rijtuig konden vinden.

De brieven die ze aan de conciërge afgaf, gingen regelrecht naar deze twee mannen en pas dan weer terug, de brievenbus in. Iedere dag tikten ze hun rapport op een typemachine. Ik heb de verslagen bij me, ze geven precies aan waar ze allemaal heen ging en wie ze op bezoek kreeg, zoals de Belgische officier Fernand Beaufort. De politiemannen noteren:

’Samen laten ze zich naar het Bois de Boulogne rijden voor een wandeling. Daarna dineren ze bij Garnier aan de Place du Havre. Om half tien ’s avonds keren ze terug. De surveillance wordt opgeheven.

Ik lees ook dat ze een taxi neemt naar juwelier Walewyk aan de 8 Rue Danou, daar komt ze nogal vaak. Ik loop er heen, het is niet ver van het hotel. Walewyk zit er allang niet meer, het pand is leeg en verlaten. Ik loop door naar de rue la Boétie, waar ze in een week tijd een paar keer naar de tandarts gaat. Ook die is weg, er zit nu een tapijtenwinkel.

Ik haal de plattegrond van Parijs uit m’n zak, waar ik, thuis in Groningen, alles op heb aangekruist en zoek Aux Mille & Une Nuits (duizend en één nacht) waar ze hemdjes, corsetten en jurken kocht. De rekening – 1485 francs – zit ook in het dossier. De winkel is weg, natuurlijk. In gedachten volg ik haar naar haar kapper in de rue Pasquière en haar manicure in de rue Tronchet. Het geeft een bijzonder gevoel om rond te lopen in haar buurt, waar ze zich zo thuis voelde.

Het wonen in een hotel, jaar in jaar uit, is ook niet alles, vooral niet als je rekeningen krijgt – bijvoorbeeld van het Grand Hotel van 4352,25 francs -  die je liever niet wilt betalen. Ze moet toch al zo vaak naar de bank, aan de overkant van het hotel. Dus loopt ze een aantal makelaars af en vindt uiteindelijk een appartement aan de 33 avenue Henri Martin, in een chique wijk, niet ver van de Eiffeltoren. Vandaag de dag betaal je voor zo’n appartement €6.500 per maand.

Vanaf het moment dat ze besloten heeft om hier te gaan wonen, gaat ze op zoek naar meubels en struint diverse antiquairs af. Heel soms als hij verlof heeft, gaat haar verloofde Vadim Massloff mee. Daar gaan ze, arm in arm, noteren Tarlet en Monier. Ze zal er niet wonen. Voordat het zover is, is ze gearresteerd en komt ze nooit meer in haar eigen buurt terug.

Ik loop terug naar het Grand Hotel. Het voelt ineens kil aan.