de man achter mata hari

We zitten in Rotterdam, vlakbij het station waar we later op de dag naar Parijs zullen vertrekken. Wij, dat zijn journalisten uit heel Nederland. Yves Rocourt doet z’n handschoenen aan, pakt het boek op en laat het aan ons zien. ‘Dit brengt de expositie naar een geheel nieuw niveau. Het laat zien hoe ze van haar kinderen hield.’

Rocourt is gastconservator van het Fries Museum, de man die verantwoordelijk is voor de tentoonstelling Mata Hari, de mythe en het meisje die in oktober begint. En het boek is het baby album Ons Kindje van de jonge moeder Margaretha Zelle over haar kinderen Norman en Non.

De volgende ochtend legt hij de verzamelde journalisten in het archief in Parijs uit wat er straks in Leeuwarden allemaal te zien is aan documenten. We drommen rond de tafel waar een deel van het dossier ligt. Het is ‘buitengewoon’ dat we dit in het echt mogen zien, verzekert de Franse archivaris Hélène Guillot. Rocourt heeft z’n handschoenen in het hotel gelaten. Aanraken is er hier helemaal niet bij. Wie alleen maar naar het dossier wijst, krijgt een bestraffende blik van Hélène en haar collega’s.

Tja, dat baby album. Waarin ze zinnetjes schreef als ‘Ons popje dat voor het eerst naar buiten mag en weldra in slaap valt.’ Je kunt je haast niet voorstellen dat het dezelfde vrouw is als de spionne die ter dood wordt veroordeeld. Of andersom.

Voor Yves Rocourt is het album de ommekeer in zijn oordeel over Margaretha Zelle.

Op basis van wat het museum in de collectie had kwam ze eerder over als een kille, koude moeder die haar tienerdochter schrijft: ‘Ik heb het recht als moeder om je dit te vragen.’ En dat ‘dit’ is dan een mogelijke ontmoeting. En zo ontroerend als ze over haar babies schrijft, zo mogelijk nog ontroerender is de stilte die valt als Norman, hun oudste, op z’n 2e sterft. Het album blijf leeg, haar huwelijk strandt en de rest is geschiedenis.

Deze vondst en die van de brieven die Margaretha tijdens haar scheiding schreef - in de aanloop naar haar vertrek naar Parijs en de ‘geboorte’ van Mata Hari - hebben de toon van de tentoonstelling grondig veranderd. Mata Hari, de mythe en het meisje probeert een beeld te geven van haar leven. ‘We volgen haar steeds door haar hele leven en blijven zo dicht mogelijk bij haar. En we proberen antwoord te geven op vragen, maar bij Mata Hari moet je altijd heel goed opletten, of het wel klopt wat ze zegt.’

Als masterstudent geschiedenis kwam Yves Rocourt het Fries Museum binnen, nadat hij als stagiaire onderzoek naar Mata Hari had gedaan voor de documentaire The Naked Spy. Hij begon met het inventariseren van de slapende Mata Hari collectie van het museum, brieven, documenten, foto’s, verslagen. Z’n contract werd verlengd en vorig jaar werd hij gevraagd gastconservator te worden. Dan heb je het ergens over!

Hij kijkt naar de schema’s die aan de wand van de werkkamer hangen. Vellen vol aantekeningen, met flarden van zinnen als stop mij te volgen/op weg naar arrestatie en info onderzeeboot Marokko/weg uit Madrid, reden onbekend, die het scenario vormen van de tentoonstelling. Het is moeilijker dan het lijkt. Haar leven was enorm complex en dat geldt ook voor het in elkaar zetten van een expositie als deze. Over zes zalen wordt haar vertaal verteld, de bezoeker valt met de deur in huis in zaal 1, waar Mata Hari wordt verhoord door de Franse geheime dienst, die haar van dubbelspionage verdenkt.

‘Mag je haar?’, vraag ik hem. ‘Dat is een lastige vraag, ik weet het niet. Ze is een heel interessant mens, maar ze blijft ongrijpbaar. Ik bewonder haar ook wel, ze had geen gemakkelijk leven, met veel ups en downs, dat is ook de rode draad door de tentoonstelling. Ze heeft heel veel meegemaakt in haar korte leven, pa failliet, pa en ma gescheiden, pa weg, ma dood, ze was toen nog maar een puber. En later als het haar goed gaat, stort daarna alles weer in. Maar ze gaat door, steeds maar weer. Anderen zouden dat niet trekken. Dat is toch heel knap van haar.’

Stel, Yves, dat je haar nog één vraag mocht stellen? Wat zou die dan zijn? Het antwoord komt meteen: ‘Wat heeft je in godsnaam bezield om tijdens de eerste wereldoorlog niet gewoon in het neutrale Nederland te blijven? Je had gewoon kunnen wachten tot de oorlog voorbij was en daarna had je kunnen doen en laten wat je wilde. Oké, Den Haag was misschien een dorp ten opzichte van Parijs, suf en saai. Maar’ - z’n stem daalt – ‘het was tenminste VEILIG.’  

De meest opmerkelijk aanwinst noemt hij het ‘document nr. 1’, waarin ze officieel dood (MORT!) wordt verklaard. Met als goede tweede het album en de andere stukken die het museum op de veiling van De Zwaan in Amsterdam kon kopen, waaronder de broche die Mata Hari voor haar dood aan een kennis, Justin Herre gaf, met de vraag om ‘m door te geven aan Non. Pas veel later kwam de broche naar Nederland. Te laat, Non was toen al dood. Op de veiling klonk een zacht geroezemoes toen veilingmeester Babette van den Brink dit verhaal vertelde.

Yves Rocourt was er zelf niet bij in Amsterdam, hij zat duimen te draaien in Leeuwarden. Tot het verlossende telefoontje kwam: ze hadden 14 van de 17 stukken te pakken. Daar werd hij toch even stil van.