In de vroege middeleeuwen waren zwaarden meer dan alleen wapens. De zwaarden werden
versierd, kregen namen én menselijke eigenschappen toegekend. De vorm lijkt immers op een
mens: een handvat met een kop en armen, het zwaard als lijf. Het eigenaardige aan de
gevonden zwaardkop, oftewel ‘pommelkap’, in kwestie: hij is losgetrokken. Het zwaard was
onthoofd. Waarom? En hoe zou zijn lijf eruit hebben gezien?
Archeologisch smid Sebastiaan Pelsmaeker reconstrueerde het zwaard volgens de technieken
uit het jaar 950. Dat deed hij voor de tentoonstelling ‘Redbad: de legendarisch koning’ van het
Fries Museum. In Zwaard is het maakproces stap voor stap te zien. Diana Spiekhout
(conservator van het Fries museum) en Nelleke IJssennagger–van der Pluijm (directeur Fryske
Akademy) leggen uit wie het zwaard vasthielden, hoe het oude Friesland (Frisia) er toen uitzag,
en dat Friezen en Vikingen toch niet zo gescheiden leefden als we dachten.