sits nu te zien: sits, katoen in bloei

Glanzend, gebloemd, handbeschilderd katoen uit India dat vanaf de 17de eeuw de wereld veroverde. Dat is sits. De prachtige patronen voelen vertrouwd en dragen tegelijkertijd een bijzonder verhaal met zich mee. Sinds de VOC de exotische stoffen naar Nederland bracht, is sits niet meer uit onze kledingkast weg te denken. De tentoonstelling neemt je mee op een reis van India naar Hindeloopen, Indonesië en Japan. Bovendien ontdek je dat kunstenaars en vormgevers zich tot op de dag van vandaag laten inspireren door het ambacht. Sits, katoen in bloei is te zien van 11 maart tot en met 10 september 2017.

exotisch en toch vertrouwd

Misschien niet bewust, maar bijna iedereen heeft thuis wel iets in de kledingkast met een sitspatroon, een jurkje, blouse of een vrolijk dekbed met sitsbloemen. De voor ons zo vertrouwde motieven, komen van ver. Zeelieden van de VOC namen sinds 1602 prachtige katoenen stoffen mee uit India om ze te kunnen ruilen tegen specerijen in Indonesië. Het werd het katoenen goud van de VOC. Al gauw werden de geschilderde bloemen ook populair in Nederland en twee eeuwen later waren ze onderdeel van de Nederlandse streekdrachten. Sits, katoen in bloei toont de grote variatie aan kleurrijke bloempatronen op rokken en jakken, maar ook op indrukwekkende en tegelijkertijd ontzettend onpraktische zonhoeden. Zowel de streekdrachten als de enorme wapenpalempores (spreien met een familiewapen van ruim 3.5 x 2.5 meter) laten zien hoe de sits gekoesterd en bewaard werd.

zonhoed, katoen, geverfd in sitstechniek, India ca. 1730. Fries Museum Leeuwarden, collectie Koninklijk Fries Genootschap. Foto © fotostudio Noorderblik.

weelderige bloemenpracht

Sits heeft haar charme deels te danken aan de uitbundige bloemmotieven. Ze zijn eerder decoratief dan realistisch, want aan de zwierige ranken ontspruiten vaak meerdere soorten bloemen. Op oorspronkelijke Indiase sits combineert men fantasiebloemen met lokale flora zoals de lotusbloem of de granaatappel. Voor de Europese markt schildert men de bloemen realistischer en meer westers. Op die sitsen duiken bijvoorbeeld pioenrozen, anjers en korenbloemen op.

aandacht voor ambacht

Sits is ambachtelijk, arbeidsintensief handwerk. Het katoen is handbeschilderd met natuurlijke verfstoffen en de motieven zijn zeer gedetailleerd. Het maakproces is fascinerend, complex en tijdrovend. Sitsschilders maken gebruik van de natuurlijke chemische reacties tussen metaalzouten of beitsen en plantaardige kleurstoffen. De patronen worden geschilderd met verschillende beitsen. Die geven in opeenvolgende verfbaden hun kleur af aan het katoen. Door delen van het patroon uit te sparen met was, hecht de kleurstof zich steeds op de goede plek. Als de kleuren zich hebben gehecht aan de vezels, wordt de stof ingewreven met stijfsel. Dat zorgt voor een glanzend, vuilafstotend laagje. Speciaal voor de tentoonstelling maakt textielontwerpster Renuka Reddy uit Bangalore een reeks proeven die de verschillende stadia zichtbaar maken.

Japonse rok in ‘Japanse stijl’,  Katoen, geverfd in sitstechniek, India 1700-1725. Collectie Fries Museum, Leeuwarden. Foto © fotostudio Noorderblik

topstukken

Het Fries Museum beschikt over een omvangrijke collectie goed onderhouden sits. Een van de topstukken is een 18de-eeuwse kimono. De stof en het kledingstuk zijn Indiaas, het model is Japans (Nederland had in die tijd als enige een handelspost in Japan) en de drager was een rijke Hollander. De kimono is driehonderd jaar geleden beschilderd, maar ziet er nog steeds uit als nieuw. Het laat als geen ander collectiestuk zien dat in de ogenschijnlijk simpele katoenen stof diverse culturen samenkomen. Een ander topstuk is een wandkleed uit de 17de eeuw, de oudste sits in Nederland, met leeuwen, mythische vogels en amoureuze taferelen.

sits anno nu

In samenwerking met de Textiel Factorij, toont het Fries Museum hoe sits nog steeds inspireert. In het kader van dit project reisden Nederlandse vormgevers en kunstenaars onlangs naar India. Daar bliezen ze samen met Indiase ambachtslieden de gezamenlijke historie van sits nieuw leven in. Samen verkenden ze oude sitstradities en nieuwe technische mogelijkheden.
Een aantal van de nieuwe kunstwerken is in deze tentoonstelling te zien. Barbara Broekman, Eline Groeneweg, Alya Hessy, Gerard Jasperse, Fransje Killaars, Jasmin Koschutnig, Ruud Lanfermeijer, Sarojini Lewis, Simone Post, Renuka Reddy, Jenne Sipman en Linda Valkeman presenteren hun resultaten in het Fries Museum. Andere resultaten worden gepresenteerd in Museum TwentseWelle en het Zuiderzeemuseum en het Lloyd Hotel & Culturele Ambassade.

Speel video af

video barbara broekman - my second skin

activiteiten

Het Fries Museum organiseert verschillende activiteiten voor jong en oud bij de tentoonstelling. Op meerdere momenten zijn er rondleidingen, lezingen en workshops te volgen. In samenwerking met Crafts Council Nederland wordt er een driedaagse masterclass gegeven. Kinderen ontdekken de tentoonstelling met een speurtocht en doen in de meivakantie mee aan leuke sitsworkshops.

 

publicatie

Conservator mode en textiel Gieneke Arnolli schreef een begeleidende publicatie over bijzondere stukken uit de collectie sits van het Fries Museum. Het boek draagt dezelfde titel als de tentoonstelling en wordt uitgegeven door WBOOKS. Sits, katoen in bloei is te koop via de website van WBOOKS en in de museumwinkel voor €22,50.
 

Het Fries Museum wordt mede gefinancierd door de Ir. Abe Bonnema Stichting, de Provincie Fryslân, het Samenwerkingsverband Noord-Nederland, EZ/Kompas en de BankGiro Loterij.

Sits, katoen in bloei is een samenwerking met de Textiel Factorij. Dit project is mede mogelijk gemaakt door het Mondriaan Fonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Stimuleringsfonds creatieve industrie, Dutch Culture, Shared Heritage, Barbas-van der Klaauw Fonds, Netty van Doorn Fonds en het Joes Meester Fonds.

De gelijknamige publicatie ‘Sits, katoen in bloei’ is mede mogelijk gemaakt door het Conservatoren Stipendium van het Prins Bernhard Cultuurfonds, Stichting Joes Lemmers Fonds, Fotostudio Noorderblik, Stichting Pieter Haverkorn van Rijsewijk en WBOOKS.