column

Aaf Brandt Corstius is de stem van de audiotour in Rembrandt & Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw. In de audiotour neemt de schrijver en columnist je mee naar de opzienbarende liefdeslevens achter de portretten in de tentoonstelling. Ontdek ontroerende levensverhalen vol verovering, hartstocht, verlies en verdriet. De audiotour kost € 1,50 en is verkrijgbaar in het Nederlands, Engels en Duits. Brandt Corstius trok zich in het bijzonder het verhaal van Sophia Anna van Pipenpoy aan. Lees hier haar column.

Vorige week keek ik naar het RTL-programma Het perfecte plaatje. Een groep BN-ers doet in dat programma een wedstrijd met elkaar, uiteraard, en dit keer gaat het erom wie er het beste kan fotograferen.

In de aflevering die ik zag, moest het eclectische gezelschap, onder wie Herman den Blijker, Jim Bakkum, Patty Brard en Lieke van Lexmond, eerst een aantal brandweermannen vastleggen die een vliegtuig aan het blussen waren, waarbij opviel dat Patty Brard het heel lastig vindt om haar camera scherp te stellen, en de volgende opdracht was: een selfie maken. De selfie, zo opperde presentator Tijl Beckand, zou ze allemaal wel makkelijk afgaan, want BN-ers hebben natuurlijk grote ego’s en grote ego’s maken de hele dag selfies. Sowieso maken we bijna allemaal de hele dag selfies, van onszelf of van onszelf met een paar anderen erbij, en daarom hebben tieners van nu ook veel vaker luizen dan vroeger: ze zitten altijd met hun hoofden dichtbij elkaar in de selfiestand.

Het is een rare tijd.

de selfie

Maar ik wil het even hebben over de selfie uit een andere ráre tijd, de oerselfie, die ook wat bewerkelijker was, de selfie waar nogal veel tijd en energie en geld in ging zitten en waar je bovendien een schilder voor nodig had in plaats van alleen een iPhone, en dat zijn de selfies van Sophia Anna van Pipenpoy. (U begrijpt, ik koos haar ook een beetje voor dit stuk uit vanwege haar naam. Sophia Anna van Pipenpoy, het is bijna een lied op zich, zo lekker klinkt het.) Sophia Anna van Pipenpoy, die rond de helft van de zeventiende eeuw leefde, vertegenwoordigt op deze tentoonstelling over kunst en liefde de afdeling tragische liefde. Misschien niet de leukste afdeling om te belichamen, maar het levert wel de mooiere verhalen op. Haar eerste man verloor Sophia Anna door een moord, en haar tweede man, een ouderwetse golddigger, ging vreemd en dat leidde tot een snelle scheiding. Een scheiding waarbij Sophia Anna van Pipenpoy overigens al haar spullen terugeiste, onder andere ledikanten, spiegels, paarden, boeken, instrumenten, kisten, kasten, tin, koper, tafels, stoelen, banken en, ja, ook clavecimbels. Dit was duidelijk de tijd voor cd van jou, cd van mij, hier werd gewoon keihard om clavecimbels (meervoud!) gevochten!

Maar goed, met haar tweede man, die haar bedroog, liet ze zich wel schilderen bij hun huwelijk, want dat was nu eenmaal Sophia Anna van Pipenpoy’s hobby. Selfies maken. Uitgevoerd in olieverf, gemaakt door niet bepaald de minste kunstenaars. Je moest er even voor gaan zitten, en wat voor neerleggen, maar dan heb je ook wat, en ze had sowieso het geld wel, want Sophia Anna van Pipenpoy was rijk, een Friese grande dame. Het opmerkelijke is dat ze veel van oliefverfselfies hield, maar niet een klassieke schoonheid was. Ik voel me wel een beetje met haar verwant, misschien komt het door mijn Friese oma, maar ik herken iets in het hoge voorhoofd, de licht hangende ogen, de lichte huid en de smalle lange neus. 

En dat is meteen het erge als je een Friese grootbeneusde grande dame bent met een voorliefde voor portretten van jezelf; dat kunsthistorici die doeken later gaan analyseren en duiden, en dan de hele tijd jouw grote neus op het ene schilderij vergelijken met jouw grote neus op het andere, om er op die manier, via een soort gedetailleerd neusdetectivewerk, achter te komen wie er geportretteerd is op de verder ongemarkeerde schilderijen.

In een kunsthistorische studie die ik over Sophia Anna van Pipenpoy en haar vele portretten las, komt haar neus talloze keren voor. De ene keer gaat het over haar opmerkelijk lange en smalle neus, dan weer over haar onwelgevoeglijke neus, dan weer haar proportioneel te lange neus, dan weer haar bovenmatige neus. Maar die neus, en alleen die neus, leidde er dus wel toe dat onderzoekers haar elke keer weer konden identificeren; van álle grande dames in de Nederlandse schilderkunst was er maar een met zo’n opmerkelijk lange, onwegevoegelijke, bovenmatige neus. Die heel vaak was vastgelegd.

En zo komen we op de voordelen van de selfie, van vroeger en nu. Want liefde is ontzettend belangrijk, daar komt u zo bij het rondkijken wel achter, maar met een flinke portie zelfliefde kom je ook een heel eind. Je kunt maar beter houden van jezelf, je bovenmatige neus en je eigen reflectie, want heel zeker weet je het verder nooit met de liefde. Misschien tref je alleen een nare man die je al gauw bedriegt en er met je clavecimbels vandoor wil gaan. Dan moet je toch vooral van jezelf houden. En je eigen beeltenis af en toe eens laten vastleggen. Door een schilder van hoog niveau.

Alle schilderijen en objecten die u ziet in de tentoonstelling, hebben iets met de liefde te maken, maar de portretten van Sophia Anna van Pipenpoy vooral met zelfliefde. En dat is best bijzonder, voor een vrouw, en dan ook nog uit de zeventiende eeuw, en dan ook nog met een gigantische neus. Kijk daarom maar wat langer naar haar. Ze heeft het volgens mij verdiend. En in ieder geval zo gewild.

Aaf Brandt Corstius