popta-zilver

Enkele weken duurt de Historische Tentoonstelling van duizenden Friese oudheden en merkwaardigheden in de zomer van 1877. Toch laat het tijdelijke museum in Leeuwarden een verpletterende indruk achter. Bijna 1.500 inzenders reageren op de oproep van het Fries Genootschap om persoonlijk Fries bezit naar de tentoonstelling te brengen. Zoveel interessante en mooie voorwerpen, men raakt  er niet over uitgepraat. Het smaakt naar meer, naar een eigen Fries Museum…

Dr. Coronel, een medicus uit Leeuwarden met schrijftalent, maakt een jaar later een boekje over zijn meest bijzondere herinneringen aan deze expositie. Over een set zilveren voorwerpen is hij zo enthousiast, dat hij het een nieuwe naam geeft: de Poptaschat. Het zijn twee schotels met het wapen van dr. Henricus Popta, een lampetkan, twee kandelaren en een snuiter en gemaakt rond 1670. Coronel is een en al bewondering voor het schitterende zilverwerk en  vindt het jammer dat hij nog niet weet wie dit ‘kunstgewrocht’ gemaakt heeft. De voorstellingen op de kan en op de grote bijpassende herkent hij als illustraties van de verhalen van Ovidius’ Metamorfosen. In dit geval zijn ze gemaakt naar voorbeeld van de prenten  van de zestiende-eeuwse tekenaar en graveur Hendrick Goltzius.

Metamorfosen of Gedaanteverwisselingen is een populaire bundel over de geschiedenis van de wereld volgens de klassieke mythologie. De voortdurende strijd tussen mensen en goden levert heel wat spannende en tot de verbeelding sprekende verhalen op. Geschreven als een ellenlang gedicht rond het begin van de jaartelling heeft het vanaf de middeleeuwen vele schilders en schrijvers geïnspireerd. Op de Latijnse school is het een van de belangrijkste lesboeken. Ook in Friesland krijgen alle jongens op de Latijnse school dagelijks urenlang les in Latijn. Ze leren het lezen, vertalen, schrijven én ze moeten het zelfs verplicht met elkaar spreken. Het is in die tijd een soort Engels, waarmee hoogopgeleide mensen in heel Europa met elkaar kunnen praten en schrijven.

De zilversmeden van de Poptaschat zijn twee Leeuwarders, Rintje Jans en Nicolaas Mensma. Ze weten maar al te goed wat hun opdrachtgevers willen neerzetten met hun zilver. Die willen pronken, met het zilver zelf als tastbaar kapitaal op tafel, maar ook met hun kennis van de klassieken. Iedereen met een beetje beschaving ziet direct, dat het plaatjes bij de verhalen van Ovidius zijn.

Rintje Jans, de meester van het lampetstel en de kleine schotel, gebruikt niet alleen oude, vertrouwde voorbeelden, maar is ook geïnspireerd door twee boeken die net vers van de pers zijn. Grote boeken met prenten van alle versieringen van de binnen- en de buitenkant van het achtste wereldwonder, het gloednieuwe Amsterdamse Stadhuis. Kortom, de zilversmid is helemaal up-to-date. Maar zou men dat in de zeventiende eeuw ook zo ervaren hebben?