mantelspeld van wijnaldum

Over de fibula van Wijnaldum kun je een boek schrijven en het leest ook nog eens als een spannende thriller. De bekende mantelspeld uit circa 625 na Chr. is een icoon van de Friese archeologie. Het geheim van dit Friese sieraad ontspint zich steeds verder. Sinds de vondst van het eerste stuk is het onderwerp geweest van speculatie en onderzoek.  

In 1953 vindt een boerenknecht tijdens het graven van een drainagesleuf op de terp Tjitsma een groot stuk goud met rode stenen. Het Fries Museum krijgt het stuk in handen en laat het restaureren bij het British Museum in Londen. Experts zien overeenkomsten met de vondsten van het vroegmiddeleeuwse koningsgraf Sutton Hoo in Engeland. Het vermoeden bestaat dat de Wijnaldumer speld aan een Friese koning zou hebben toebehoord. Opgravingen en detectoractiviteiten in de jaren 90 leidden tot de vondst van missende onderdelen. Als een puzzel werd de fibula stukje voor stukje  ingevuld. De kopplaat van het sieraad kon met de in totaal dertig nieuwe fragmenten zo gereconstrueerd worden. Onderzoekers meenden er een masker op te zien. Tezamen met het feit dat vooral vrouwen de speld droegen, bracht dit de onderzoekers tot de conclusie dat het sieraad niet aan een Friese koning  behoorde, maar eerder aan zijn echtgenote de koningin of een priesteres.

fibula van Wijnaldum, circa 625 na Chr., goud met almandijn

In het najaar van 2012 is de fibula opnieuw onderzocht, ditmaal in een laboratorium in Parijs. Doel van dit onderzoek was om te achterhalen van welk materiaal de rode steentjes zijn en waar dit vandaan komt. Analyse wees uit dat de speld is ingelegd met almandijn, een type halfgranaat, dat zeer waarschijnlijk uit de regio Rajasthan in India komt. Dit betekent niet dat de fibula het label made in India krijgt, maar wel dat er al in de zevende eeuw grondstoffen van ver naar Friesland kwamen. Hierin is Friesland niet uniek, ook veel andere objecten uit andere streken in Nederland en Europa zijn ingelegd met exotisch almandijn. De netwerken reikten dus via vele tussenstappen van Wijnaldum tot Rajasthan.  

Waar de fibula tijdens het onderzoek wel uniek in bleek, was de hoeveelheid gebruikt almandijn. Met maar liefst meer dan 300 individuele steentjes is de fibula het grootste ingelegde sieraad uit vroegmiddeleeuws Nederland, en misschien wel uit Europa.  

Hoewel er steeds nieuwe inzichten komen, wordt  het geheim van de fibula waarschijnlijk nooit helemaal ontrafeld. Gelukkig maar, want zo blijft de speld het meest tot de verbeelding spreken. De hoeveelheid kinderboeken, romans en replica’s die erdoor zijn geïnspireerd, geven aan dat het object iedereen kan aanspreken. De fibula is daarmee topstuk bij uitstek en maakt op ons nog net zoveel indruk als deze op de zevende-eeuwse terpbewoners moet hebben gedaan.