fries kostuum, met gouden oorijzer

Het Fries Kostuum is een icoon. We hebben in de collectie echter niet de hedendaagse variant maar de voorbeelden uit de kostuumgeschiedenis. ‘Kostuum’ suggereert iets traditioneels, iets dat niet verandert. Zo ontwikkelen zich in Nederland in de 19de eeuw verschillende traditionele kostuums. Bij alle klederdrachten is de hoofdbedekking van de vrouwen het meest karakteristiek. Met deze streekdrachten laten mensen zien uit welke regio ze komen en bij welke groep ze horen, dus wat hun identiteit is. In Friesland is typerende kleding zelfs gedragen van de 17de tot in de 20ste eeuw. In die periode verandert het Fries kostuum echter met de internationale mode mee.

De hoofdbedekking past zich daarbij aan en verandert ook. Er is eigenlijk geen sprake van één Fries kostuum, maar van verschillende modebeelden, waar altijd een oorijzer en een kanten muts bij wordt gedragen. In de 16de eeuw is een oorijzer letterlijk een ijzeren draad. Die klemt een ondermuts op het hoofd en er wordt een bovenmuts aan vastgemaakt. Dat oorijzer groeit uit tot een sieraad en is dan van zilver of goud. Het verandert in drie eeuwen van vorm: van klemmetje tot helm. Ook de kanten muts past zich steeds aan bij de modekleding en de nieuwste kantsoorten.

In het midden van de 19de eeuw heeft de vrouwenmode indrukwekkend wijde rokken. Vaak met een hoepelrok eronder, wat je nog wel eens bij een trouwjurk ziet. De huidige Friese kostuums zijn kopieën van deze mode. Authentieke kleding is niet meer draagbaar, omdat mensen kleiner en slanker waren, oude stoffen te kwetsbaar zijn en de bewegingsvrijheid beperkt is.

Een voorbeeld is de tweedelige japon van Martine Roorda (1834-1896), dochter van een predikant. Haar wollen kostuum heeft een modern ogend ingeweven motief. Door de enorm wijde lange rok lijkt haar taille extra slank. Haar jak heeft afgezakte, brede schouders, uitlopende mouwen en een gerimpeld schootje. Het gouden oorijzer is bedekt met een ‘slappe’ floddermuts van kloskant en versierd met gouden mutsenspelden en een ‘voorhoofdsnaald’.

Dansgroepen dragen bij dit kostuum steevast een ‘tipdoek’, driekantige halsdoek en een schort, die zorgen voor uniformiteit. Zo uniform is het Fries kostuum in het verleden niet geweest omdat ook toen elke vrouw datgene koos wat zij het meest aantrekkelijk vond, net als nu het geval is.