jacht op het schilderij

Het tafereel is nogal gruwelijk. Een halfnaakte vrouw heeft haar hand geklemd om een schaal met daarop het hoofd van een man, z’n mond opengesperd. Ze geniet en lacht, triomfantelijk. Naar dit schilderij ben ik al twee jaar op zoek. Het is Mata Hari, na haar optreden in Rome, in 1912.

Een plaatje ervan zit in haar plakboek, dat in de vitrine van het Fries Museum ligt. Ze heeft erbij geschreven ‘Schilderij, gemaakt in Rome voor de prins van SF, 1912. Salomé van Oscar Wilde en Strauss, door mij gedanst in Rome in het Palazzo Barberini’. Ze heeft het een beetje slordig dwars over een pagina uit 1905 geplakt. Schrijver Sam Waagenaar heeft het plaatje gebruikt als omslag voor zijn boek. Ook andere schrijvers namen het over, inclusief de tekst.

Een schilderij? Gemaakt in Rome? In opdracht van de verliefde prins van San Faustino? Dat ruikt naar avontuur. Ik begin in Groningen, gewoon naast de deur, bij Valerio Cugia, een Italiaanse kunstenaar. Hij weet niets, maar is behulpzaam en vindingrijk. Hij sluit niet uit dat het schilderij ergens op een zolder ligt of in een hooiberg, misschien verscheurd is of verbrand in de open haard. Hij vertelt over de vondst van een Bonnard, ergens in Italië. De eigenaar had het gekocht voor een paar honderd euro, terwijl het een paar miljoen waard was.

We kijken nog eens even naar het plaatje van Mata Hari. Nee, dit is geen groot kunstwerk, die miljoenen kunnen we vergeten. Valerio verwijst me naar Pino Blasone, schrijver en filosoof. In een van zijn essays over oriëntalisme noemt hij Mata Hari, als pionier van de sluierdans, een fatale vrouw en danseres.

Arnold Witte van het Koninklijk Nederlands Instituut in Rome (KNIR) verwijst me intussen naar de Pinacoteca Agnelli in Turijn. De schoonzoon van de prins was een Agnelli, beroemd Italiaans geslacht – o.a. van Fiat - . Het museum antwoordt per kerende mail, ze weten van niets, schilderijen zoals deze hebben ze niet in hun collectie.

Door naar het Palazzo Barberini in Rome, tegenwoordig museum. Er hangt veel kerkelijke kunst. In de zalen klinkt muziek, langzaam, sfeervol, mysterieus. Suppoosten kijken om zich heen, waar komt dat geluid vandaan? Ik blijk het zelf te zijn, heb kennelijk iets met m’n iPhone gedaan, per ongeluk. Ik verontschuldig me, vertel de suppoost dat ik op zoek ben naar een schilderij van Salomé. Dat hebben we, straalt ze. Het is een schilderij van de beroemde Italiaanse schilder Caravaggio, De Onthoofding, uit 1608. Toen was Margaretha Zelle bij lange na nog niet geboren.

Op het internet vind ik een zwart wit uitvoering van het schilderij, eigendom van Bridgeman Images in Londen. ‘Dear Hanneke’, schrijft David Price-Hughes, international Sales Manager, ‘die foto van ons is vermoedelijk gemaakt van het schilderij. Verder weten we helaas niets, geen jaartal, geen naam. En ja, zoals je zegt, het plaatje in haar plakboek kan natuurlijk ook een ingekleurde zwart wit foto zijn. Het is een schande dat wij geen kleurenversie hebben, want de kleur maakt het tafereel heel dramatisch. Sorry, we kunnen je niet verder helpen.’

Op de website van het Victoria & Albert Museum vind ik een tekening - half af - een exacte copie van het schilderij, gemaakt door kunstenaar Michael English.

‘Natuurlijk kunt u langskomen’, mailt Jane Pritchard van het Department of Theatre and Performance van het Victoria & Albert Museum. Ze zit achter haar bureau in de leeszaal en speldt me een naamkaartje op. ‘Welcome mrs. Boonstra’, fluistert ze. Ze heeft de tekening al klaargelegd en haalt het vloeipapier eraf.

Daar ligt ze, Mata Hari. In grafiet, zwart wit. Ik voel me een beetje ontroerd. Waarom heeft Michael English deze tekening gemaakt? Wat was zijn voorbeeld? Het boek van Sam Waagenaar? Het schilderij? Ik vraag Jane of er ooit eerder iemand is langs geweest om deze tekening te zien. ‘Not to my knowlegde.’ Een gulle lach. ‘You are the first, I think.’ Ze doet het vloeipapier weer om de tekening.

Een paar kilometer verder in London heb ik een afspraak met Nigel Waymouth. Samen met Michael English – inmiddels overleden – vormde hij in de jaren zeventig het duo Hapshash, het middelpunt van de Britse popscene. Ze maakten zeefdrukken van vrouwen in fluoriserende kleuren. Een beetje erotisch, psychedelisch: ‘vamps lying on the sofa.’ Gefascineerd waren ze door sterke, fatale vrouwen. Die tekening van Mata Hari? Geen idee waarom Michael die maakte. Hij deed het vermoedelijk om te oefenen. Hij had veel boeken in zijn flat, misschien kwam daar die foto vandaan.

Pino Blasone meldt zich vanuit Rome. Hij denkt niet dat het hier om een schilderij gaat, maar om een beschilderde foto, uit de collectie van een studio in Florence. Daar verwijzen ze naar een ander archief. ‘Jazeker, wij hebben die foto,’ zegt een medewerker, ‘maar het is niet het origineel. Het zou een schilderij kunnen zijn, als je er goed naar kijkt, maar de details zijn zo vaag dat we dat niet met zekerheid kunnen zeggen.’

Ik ben weer terug bij af. ‘Ach Hanneke’, troost Pino, ‘soms is de emotie van zo’n avontuur belangrijker dan het resultaat.’