feministisch of vrijgevochten?

Toen de kleine Margreet Zelle in Leeuwarden leerde lopen, werd dat andere noordelijke meisje, Aletta Jacobs uit Sappemeer, de eerste huisarts in Nederland. Toen Mata Hari in Parijs haar debuut maakte als oosterse danseres, liet suffragette Emmeline Pankhurst zich in Londen vastketenen in de strijd voor het vrouwenkiesrecht.

Aan Jacobs en Pankhurst hebben vrouwen het te danken dat ze eindelijk mochten stemmen. Ze hadden een enorme invloed op de emancipatie van de vrouw en daarmee op de maatschappij. Maar hoe zit dat eigenlijk met Mata Hari, is de vraag in veel boeken. Heeft zij iets betekend voor het feminisme? Werd ze beïnvloed door de eerste feministische golf?

We zitten erover te praten, mijn koffievriendinnen en ik. Om het feministisch gehalte van ons gezelschapje te schetsen: twee van ons hebben ooit een vrouwenhuis opgericht, anderen gaven VOS-cursussen (Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving, door mannen wel aangeduid als Vrouwen Oriënteren zich op de Scheiding). Jaren zeventig dus.

Nee, denken we, feministisch was Mata Hari niet. Maar wel een geëmancipeerde vrouw. Zelfstandig. Niet bang. Ondernemend. Na haar scheiding meteen geprobeerd haar eigen brood te verdienen, een geweldige carrière opgebouwd, in haar eentje door Europa gereisd. Maar ja, toch ook weer afhankelijk van de mannen van wie zij de maîtresse was en die haar betaalden.

Aletta was voorzitter van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Mata Hari hoor je nooit iets beweren over de samenleving. Aletta omschrijft zichzelf als pacifiste in merg en been. ‘De verschrikkingen van den oorlog pijnigden mij dag en nacht’, schrijft ze in haar Herinneringen. Ze verleende hulp waar ze maar kon. Mata Hari beklaagde zich erover dat ze niet meer aan de bak kwam door WO1. Haar contract in Berlijn, voor Aletta en al die anderen de vijand, ging door de oorlog niet door.

Toen ik schrijver Jan Brokken vroeg of hij Mata Hari een feministe vond, aarzelde hij niet. ‘Ze ging heel volwassen om met het feit dat ze met haar lichaam wilde doen wat ze wilde. Stel je voor, in 1905 als vrouw zeggen dat je van de liefde wilt genieten als een man. In dat opzicht was ze absoluut revolutionair.’

Ik vroeg hetzelfde aan Céline Linssen, schrijver van Duet, over Mata Hari. ‘Bij ons thuis – met 6 zussen en een broer - bepaalden de vrouwen alles, een soort natuurlijk feminisme. Mata Hari was een feministe zonder dat ze wist dat ze het was, ze was enorm overtuigd van zichzelf. Eigenlijk keek ze op mannen neer. Misschien is mataharisme een beter woord. Ze deed alles voor zichzelf en was toevallig vrouw.’

Tijd om een deskundige te raadplegen. Ik mail journalist Cisca Dresselhuys, zeg maar de moeder van de emancipatie, althans voor mij. Een van de exponenten van de tweede feministische golf. Jarenlang hoofdredacteur van het feministisch blad Opzij. Net als Margreet Zelle geboren in Leeuwarden, niet als dochter van een koopman, maar van een gereformeerde dominee. In 17 jaar tijd legde ze voor Opzij 180 Nederlandse mannen langs de feministische meetlat.

Kan zij Mata Hari niet eens langs die lat leggen?, vraag ik haar. ‘Dat dacht ik niet’, klinkt het vanuit Hilversum, waar ze woont, ‘ik hou er niet van als vrouwen elkaar de maat nemen.’

Kun je Mata Hari een feminist noemen? ‘NEE, NEE en nog eens NEE.’ Helder. ‘Ik ben misschien te streng, maar voor mij is feminisme toch altijd het vechten voor, het wegwerken van achterstanden, uitbuiting. Als Beyonce met een hele zwangere buik op een foto staat en dat tot een feministische actie verklaart, dan denk ik, hoezo. En als zangeressen zich in enorme piepkleine lustpakjes hullen en zeggen dat het een feministisch gebaar is, dan denk ik ook hoezo.’

‘Ze was natuurlijk wel een vrouw die lak had aan wat er van een vrouw verwacht werd. Maar aan de andere kant was ze weer zo traditioneel, juist omdat ze haar seksuele kanten zo heeft uitgebuit. Het woord geëmancipeerd vind ik ook al te ver gaan in haar geval. Vrijgevochten, dat is het. Lak aan conventies. Maar ze heeft het jammer genoeg niet met haar brein gedaan, alleen met haar vrouw zijn.’

‘Die eerste feministische golf ging gepaard met geweld. In Engeland kwamen vrouwen in de gevangenis terecht, gingen in hongerstaking. Zij moet geweten hebben van de suffragettes in Londen, ze moet ook geweten hebben van Aletta Jacobs en haar acties voor het vrouwenkiesrecht. Er waren in die tijd aanknopingspunten genoeg. Als ik zelf in die tijd geleefd had, had ik me bij Aletta Jacobs aangesloten, niet bij Mata Hari.’

Ze zucht. ‘Was ze maar een stapje verder gegaan. Kijk, Josephine Baker trad ook op in een bananenrokje, maar die manifesteerde zich met het opvangen van heel gedepriveerde kinderen, was sterk in de humanitaire hoek. Het zou mooi geweest zijn als Mata Hari een spandoek omhoog had gehouden met ‘ik eis kiesrecht’. Dan had ze m’n hart gestolen.’

Josephine Baker kreeg het Légion d’Honneur voor haar verzetswerk in de Tweede Wereldoorlog. Hoe het met Mata Hari afliep, weten we allemaal.